De zaak
Een vrouw krijgt geen WW-uitkering omdat ze voorafgaand aan haar werkloosheid onvoldoende weken heeft gewerkt. Ze kon die tijd niet werken door zwangerschapsklachten. Volgens haar is het discriminerend dat deze weken niet meetellen.
De eiseres
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) past de wet onjuist toe en heeft haar aanvraag voor een WW-uitkering onterecht afgewezen. Ze kon een periode niet werken door medische klachten die direct te maken hadden met haar zwangerschap. Zwangerschap is geen ziekte en overkomt alleen vrouwen. Daarom vindt ze het onrechtvaardig dat deze weken niet meetellen als gewerkte weken bij de beoordeling van haar recht op een uitkering. Om een WW-uitkering te krijgen, moet iemand 36 weken voor de werkloosheid ten minste 26 weken hebben gewerkt. Dit wordt de wekeneis genoemd. Door haar zwangerschapsklachten voldeed ze niet aan die eis. Volgens de vrouw zorgt de manier waarop de wet wordt toegepast ervoor dat vrouwen systematisch slechter af zijn dan mannen. Dat is volgens haar in strijd met Europese regels over gelijke behandeling en met het VN-Vrouwenverdrag. Ze vindt daarom dat de weken waarin ze door zwangerschap niet kon werken, moeten meetellen als gewerkte weken.
Het UWV
Het UWV vindt dat het de wet correct heeft toegepast. De wet zegt dat iemand alleen recht heeft op WW als hij of zij in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minstens 26 weken heeft gewerkt. Weken waarin iemand ziek of arbeidsongeschikt is en daardoor niet kan werken, tellen niet mee als gewerkte weken. Wel wordt de periode van 36 weken verlengd met het aantal weken dat iemand ziek was. Dat wordt voorverlenging genoemd. Daardoor krijgt iemand als het ware extra tijd om alsnog aan de wekeneis te voldoen. Volgens het UWV is dit systeem eerlijk, omdat het voor iedereen geldt. Ook bij mannen die door ziekte niet kunnen werken, worden hun ziekteweken niet als gewerkte weken meegeteld. In dit geval heeft de vrouw, zelfs na toepassing van de verlenging, minder dan 26 weken gewerkt. Het UWV vindt dat er geen sprake is van discriminatie, omdat de regels formeel voor mannen en vrouwen gelijk zijn.
De rechtbank Gelderland
De rechtbank geeft de vrouw gelijk. De wetgeving over de wekeneis leidt in dit geval tot discriminatie van (zwangere) vrouwen. De wettelijke regel maakt geen onderscheid tussen ziekte en arbeidsongeschiktheid door zwangerschap. Maar zwangerschap treft alleen vrouwen. Volgens de rechtbank wordt hierdoor onvoldoende rekening gehouden met het bijzondere karakter van klachten die verband houden met zwangerschap. De voorverlenging is in dit geval niet genoeg om het nadeel voor vrouwen op te heffen. De vrouw voldoet ondanks de voorverlenging alsnog niet aan de wekeneis, terwijl de reden dat zij niet kon werken direct samenhangt met haar zwangerschap. Dat betekent dat de toepassing van de wet in strijd is met Europese regels. Daarom mag deze wetsbepaling in dit geval niet worden toegepast. De weken waarin de vrouw door zwangerschap niet kon werken, moeten worden behandeld alsof ze heeft gewerkt. Het UWV moet een nieuw besluit nemen over haar recht op WW en moet ook besluiten of eiseres recht heeft op schadevergoeding.