De zaak
Voetbalclub Vitesse vraagt het gerechtshof in kort geding om toelating tot de competitie na intrekking van haar proflicentie. De KNVB vindt dat Vitesse structureel regels heeft overtreden.
Vitesse
Vitesse vindt dat de KNVB haar proflicentie ten onrechte heeft ingetrokken. Volgens de voetbalclub is de procedure bij de licentiecommissie en de beroepscommissie van de KNVB veel te snel gegaan, omdat voor de start van het nieuwe seizoen een definitief besluit moest worden genomen. Daardoor is onzorgvuldig gekeken naar de situatie van de Arnhemse club. Vitesse wijst erop dat belangrijke veranderingen zijn doorgevoerd, zoals de overname door de zogenoemde ‘Sterkhouders’ en een nieuwe opzet van de cluborganisatie. Deze ontwikkelingen zijn volgens de club onvoldoende door de KNVB meegewogen.
Vitesse erkent dat fouten zijn gemaakt in de informatievoorziening aan de KNVB, maar bestrijdt dat sprake is van een structureel patroon van misleiding en ondermijning van het licentiesysteem. De sanctie – het volledig intrekken van de proflicentie – vindt de club veel te zwaar. Vitesse vraagt daarom om schorsing van de besluiten en om toelating tot de betaald voetbalcompetitie.
De KNVB
De KNVB vindt de intrekking van de proflicentie terecht. Volgens de licentiecommissie heeft Vitesse jarenlang de regels overtreden en de KNVB onvolledig en incorrect geïnformeerd. Er is sprake van een patroon van misleiding, het omzeilen van regels en ondermijning van het licentiesysteem. Daarbij gaat het niet alleen om oude kwesties, maar ook om recente gebeurtenissen, zoals de verkoop van een vordering en de omzetting daarvan in aandelen.
Volgens de KNVB is transparantie essentieel binnen het betaald voetbal. Clubs moeten openheid geven over hun financiële situatie en eigendomsstructuur. Als dat niet gebeurt, kan de competitie niet eerlijk en betrouwbaar verlopen. De KNVB vindt dat de licentiecommissie en de beroepscommissie zorgvuldig hebben gehandeld binnen de regels van het licentiereglement. Daarom moet het besluit om de licentie in te trekken in stand blijven, zoals de voorzieningenrechter Midden-Nederland in een eerder vonnis ook bepaalde.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Vitesse krijgt (voorlopig) gelijk. Het is aannemelijk dat een rechter in een gewone bodemprocedure later kan oordelen dat de besluiten van de KNVB geen stand houden. De procedures bij de licentiecommissie en de beroepscommissie zijn onder grote tijdsdruk gevoerd, waardoor belangrijke beginselen van zorgvuldigheid mogelijk in het gedrang zijn gekomen.
Vooral recente ontwikkelingen bij Vitesse, zoals de overname en de nieuwe organisatie, zijn onvoldoende meegenomen. Het gerechtshof erkent dat Vitesse op meerdere punten haar informatieplicht heeft geschonden. Toch vindt het gerechtshof niet dat vaststaat dat sprake is van een blijvend patroon van misleiding dat de zwaarste sanctie rechtvaardigt. De intrekking van de proflicentie is de meest verstrekkende maatregel en moet zeer zorgvuldig worden genomen. Daarom schorst het gerechtshof de besluiten en moet de KNVB Vitesse toelaten tot de competitie, in afwachting van een definitieve uitspraak in de bodemprocedure.