De zaak

Huisartsen vinden de tarieven van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) te laag. Volgens de NZa zijn de tarieven terecht gebaseerd op historisch kostprijsonderzoek en gemiddeld kostendekkend.

De huisartsen

De huisartsen vinden dat de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 te laag waren om hun werkelijke kosten te dekken. Ze krijgen onvoldoende vergoed om hun praktijk goed te kunnen runnen en toekomstbestendig te houden. Vooral de huisvestingskosten zijn een probleem. Veel praktijken zijn te klein geworden door groei van het aantal patiënten en personeel.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft te veel gebruikgemaakt van historische cijfers en onvoldoende rekening gehouden met veranderingen in de praktijk, zoals meer patiënten, meer personeel en het tekort aan spreekkamers. Het artsenwerk is zwaarder en complexer geworden, onder meer door hun ‘poortwachtersrol’ en extra verantwoordelijkheden.

Tot slot vinden ze dat hun lange werkweken niet eerlijk zijn meegeteld, waardoor een deel van hun inzet niet wordt vergoed. De huisartsen willen dat de NZa de tarieven herberekent en daarbij rekening houdt met de werkelijke kosten, huisvestingsinvesteringen en de juiste waardering van de functie van praktijkhoudende huisarts.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft zich bij de berekening van de tarieven gehouden aan de beleidsregels en de wettelijke regels. Ze heeft een historisch kostprijsonderzoek onder 306 praktijken gebruikt om de kosten voor 2022 te bepalen en berekende daarmee de tarieven voor 2023, 2024 en 2025. Volgens de NZa is het toegestaan om historische kosten te gebruiken, zolang de uitkomst maar kostendekkend is.

De NZa vindt dat de gemiddelde kosten van huisartsenpraktijken worden gedekt door de nieuwe tarieven. Huisvestingskosten zijn meegenomen via de werkelijke kosten die praktijken in 2022 hadden. Volgens de NZa worden toekomstige prijsstijgingen opgevangen via jaarlijkse indexering. Als een praktijk verhuist of uitbreidt, verwacht de NZa dat daar ook meer productie tegenover staat. Voor het inkomen van de praktijkhouder heeft de NZa organisatieadviesbureau Berenschot ingeschakeld dat de functie heeft gewaardeerd. Ook de manier waarop het norminkomen is verdeeld over praktijken, vindt de NZa verdedigbaar.

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb)

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft onvoldoende onderbouwd dat de tarieven kostendekkend zijn. Het gebruik van historische cijfers mag in principe, maar de manier waarop de NZa dat hier heeft gedaan, schiet op belangrijke punten tekort.

Vooral bij de huisvesting gaat het mis. De tarieven zijn gebaseerd op kosten van vaak te kleine praktijken, zonder serieus te onderzoeken wat passende en toekomstbestendige huisvesting kost. De tarieven houden geen rekening met het feit dat veel praktijken te klein zijn en geïnvesteerd moet worden in grotere praktijkruimtes. De functiewaardering van praktijkhoudende huisartsen door Berenschot voldoet niet aan de fundamentele eis van transparantie en is ondeugdelijk.

Het CBb vindt ook dat het onderzoeksbureau de aard en het belang van de ‘poortwachtersfunctie’ van de huisarts heeft miskend. Daarom vernietigt het College de besluiten van de NZa. De NZa moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de tarieven voor 2023, 2024 en 2025.