Rechtspraak: schaf bestuurlijke dwangsom bij WIA niet tijdelijk af

Den Haag|
De Raad voor de rechtspraak heeft grote aarzelingen bij het voorstel om de bestuurlijke dwangsom bij te late beslissingen over WIA-aanvragen tijdelijk buiten werking te stellen. De Raad adviseert de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarom om het wetsvoorstel niet in te dienen. Volgens de Raad vermindert het voorstel de rechtsbescherming van mensen die wachten op een beslissing van het UWV.

Rechtsbescherming

Het wetsvoorstel haalt een laagdrempelig rechtsmiddel en een belangrijke stok achter de deur voor burgers weg. De Raad begrijpt dat het UWV door capaciteitsproblemen niet in staat is om alle WIA-beslissingen tijdig te nemen. Maar volgens de Raad moet dit probleem worden opgelost door te investeren in uitvoeringsorganisaties, zodat mensen beter en sneller door de overheid worden geholpen. Zolang een gelijkwaardig alternatief ontbreekt, vermindert het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom de rechtsbescherming.

Tijdelijkheid

De Raad vindt bovendien onvoldoende duidelijk wanneer de bestuurlijke dwangsom weer wordt ingevoerd. In het wetsvoorstel staat dat dit gebeurt zodra het UWV weer in staat is om tijdig WIA-beslissingen te nemen. De Raad vindt deze omschrijving te ruim en adviseert duidelijk vast te leggen wanneer dit kantelpunt is bereikt. Ook vraagt de Raad om nader toe te lichten waarom de regeling alleen voor de WIA geldt, terwijl het UWV ook bij eerstejaars-ziektewetbeoordelingen problemen heeft met tijdige besluitvorming.

Samenhang

De Raad wijst er verder op dat  in het vreemdelingenrecht de bestuurlijke dwangsom al is afgeschaft en er bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel ligt waarin ook de rechterlijke dwangsom wordt afgeschaft. In zaken over het herstel van de toeslagenaffaire zijn recent uitspraken gedaan over rechterlijke dwangsommen. De Raad vindt het van belang om al deze ontwikkelingen in samenhang te bezien.

Lees het volledige wetgevingsadvies- U verlaat Rechtspraak.nl