Laatst gewijzigd op:

Investeringen in rechtsstaat: een goed begin

Rechtspraak herhaalt waarschuwing om dwangsommen niet af te schaffen

Den Haag|
‘Het is goed om te zien dat het kabinet de rechtsstaat wil blijven verbeteren’, zegt Henk Naves (voorzitter Raad voor de rechtspraak) in reactie op de vandaag gepresenteerde Miljoenennota. Hij doelt op het eerder in het coalitieakkoord aangekondigde geld dat nodig is om de griffierechten (de kosten om een rechtszaak te kunnen voeren) te verlagen en te investeren in de sociale advocatuur. ‘Er is op dit vlak nog veel te doen, deze extra middelen zijn een goed begin.’

Henk Naves

Henk Naves, voorzitter Raad voor de rechtspraak

Rechtsbescherming

‘De politiek staat voor moeilijke keuzes op het gebied van bijvoorbeeld sociale zekerheid, zorg en veiligheid. Daarbij wil ik politici meegeven dat juist een sterke rechtsstaat het fundament onder onze samenleving is’, aldus Naves. ‘Het gaat erom dat mensen voor hun rechten kunnen opkomen. Want dat is een van de principes die Nederland zo welvarend en bijzonder maakt.’

Politieke steun

Naves is benieuwd hoe het politieke debat hierover verder wordt gevoerd. ‘Met een minderheidskabinet is het nog onduidelijk in hoeverre er een politieke meerderheid is voor de vandaag gepresenteerde begroting. Gelukkig lijkt in zowel Eerste als Tweede Kamer veel steun te zijn voor het versterken van onze rechtsstaat.’

Dwangsommen

Het kabinet heeft dus het voornemen om de rechtsstaat verder te versterken. Toch is Naves ook bezorgd. Want waar het kabinet aan de ene kant verbeteringen wil doorvoeren, is er een risico dat aan de andere kant het mensen juist moeilijker wordt gemaakt om de overheid ter verantwoording te roepen. Naves: ‘De laatste tijd hoor je steeds vaker de wens om dwangsommen af te schaffen. We waarschuwen al langer- U verlaat Rechtspraak.nl voor deze ontwikkeling omdat het mensen in een nog zwakkere positie plaatst ten opzichte van een veel machtigere overheid. Het afschaffen van de dwangsom lost de problemen van deze mensen niet op, maar ontneemt ze wel het enige middel om de overheid tot een beslissing te bewegen.’