Laatst gewijzigd op:

Hof van Justitie van de EU gevraagd te oordelen over huurprijswijzigingsbeding

Update 17-07-2026

Amsterdam|
Op 28 april 2026 gaf de rechtbank aan prejudiciële vragen te willen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over een prijswijzigingsbeding in huurovereenkomsten. Partijen kregen daarna de gelegenheid te reageren op de geformuleerde vragen. Vandaag heeft de kantonrechter deze vragen vastgesteld en het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht deze vragen – die onder meer gaan over de splitsing van het huurprijswijzigingsbeding en of het beding oneerlijk is of niet – te beantwoorden. In het vonnis (ECLI:NL:RBAMS:2026:7247, zie hieronder) staan de vragen die de kantonrechter stelt.

Bericht 28 april 2026:

De De kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. van de rechtbank Amsterdam gaat prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over een prijswijzigingsbeding in huurovereenkomsten. Daarin staat dat de huur van woningen wordt verhoogd met het inflatiecijfer, vermeerderd met een opslag. De vraag is of dit huurprijswijzigingsbeding oneerlijk is.

Volgens negentien huurders is de vermeerdering met een opslag, naast de verhoging met het inflatiecijfer, oneerlijk en hebben zij recht op terugbetaling van teveel betaalde huur. De kantonrechter van de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Amsterdam stelde eerder in een soortgelijke huurzaak prejudiciële vragen aan de Hoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. over huurprijswijzigingsbedingen. De Hoge Raad oordeelde dat een huurprijswijzigingsbeding dat voorziet in een jaarlijks toe te passen opslag op de huurprijs van maximaal 3% bovenop de consumentenprijsindex, in het algemeen niet een oneerlijk beding is. Naar aanleiding van dit oordeel van de Hoge Raad verzochten de negentien huurders de kantonrechter om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De kantonrechter heeft besloten om het verzoek van huurders te honoreren. In het vonnis staan de vragen die de kantonrechter wil stellen. Deze vragen gaan onder meer over de splitsing van het huurprijswijzigingsbeding en de vraag of het beding oneerlijk is. Partijen mogen nog reageren op de geformuleerde vragen voordat de vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gesteld zullen worden.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u een e-mail- U verlaat Rechtspraak.nl sturen naar de afdeling Communicatie van de rechtbank Amsterdam.