Het oordeel: Bedrijf in De Pijp moet horeca-activiteit als kerntaak staken

Straf - Celstraf en rijontzegging voor op agent inrijden
Een 44-jarige man is veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De man kreeg op 1 juli 2025 in Amsterdam-Oost een stopteken van een agent en in plaats van te stoppen gaf de man juist gas en reed met zijn auto op de agent af. De agent moest opzij stappen om niet geraakt te worden. De daad van de man was erg beangstigend voor de agent. Agenten moeten onder normale omstandigheden en veilig hun taak kunnen uitoefenen zonder met zulk gedrag te worden geconfronteerd. Naast het negeren van het stopteken reed de man meermalen harder dan veilig en hinderde hij andere verkeersdeelnemers. Ook dat rekent de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. hem aan. De deels voorwaardelijke rijontzegging dient als stok achter de deur om niet opnieuw de fout in te gaan.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2026:6418- U verlaat Rechtspraak.nl
Bestuur - Bedrijf in De Pijp moet horeca-acticviteit als kerntaak staken
Een bedrijf in De Pijp in Amsterdam moet horeca-activiteit als kerntaak staken. De gemeente mocht dat eisen op straffe van een Bedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. oordeelt de rechtbank. Het bedrijf stelde dat niet-zelfstandige horeca qua oppervlakte en ruimtelijk uitstraling ondergeschikt is aan de verkoop van detailhandelsproducten. Uit rapporten blijkt echter dat de vestiging overwegend als horeca wordt geëxploiteerd en de horeca-activiteit een zelfstandige stroom bezoekers aantrekt. Horeca is daarom de hoofdactiviteit. De gemeente stelde dus gegrond dat het bedrijf het bestemmingsplan overtrad oordeelt de rechtbank. Ook het beroep op het Algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft dat particulieren en organisaties erop moeten kunnen vertrouwen, dat een bepaalde toezegging van een bestuursorgaan ook nagekomen wordt of een wettelijke bepaling wordt nageleefd. verwerpt de rechtbank. Er zijn namelijk geen concrete toezeggingen gedaan. Dat het bedrijfsconcept van een mengformule is voorgelegd aan de gemeente en dat toen is gezegd dat het plan (onder voorwaarden) voldeed aan de voorwaarden verandert de situatie niet.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2026:6398- U verlaat Rechtspraak.nl
Civiel - Distributeur moet beëindigingsvergoeding betalen
Een distributeur moet beëindigingsvergoeding betalen van 60.000 euro – na verrekening resteert bedrag van 1.000 euro. Die distributeur en een voedingsmiddelenimporteur hebben jarenlang samengewerkt. De samenwerking is op initiatief van de distributeur beëindigd. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een contractuele verplichting tot het betalen van een beëindigingsvergoeding en dat de gehanteerde opzegtermijn van 12 maanden redelijk is. Omdat de overeenkomst is uitgegroeid tot een duurovereenkomst, ziet zij desalniettemin reden voor het toewijzen van een aanvullende schadevergoeding op grond van de redelijkheid en billijkheid van 60.000 euro. Na verrekening met een aantal openstaande facturen, moet de distributeur nog 1.042,75 euro betalen aan de voedingsmiddelenimporteur.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2026:6120- U verlaat Rechtspraak.nl