Zangeres hoeft geen royalties te betalen voor 'Vamos a la playa'

Amsterdam|
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat de zangeres van onder andere een cover van ‘Vamos a la Playa’ (2010) geen royalties hoeft te betalen aan de eigenaar van de geluidsstudio in wiens studio zij de vocalen voor het nummer inzong. De overeenkomst die partijen in juni 2010 sloten over de exploitatie en royaltyverdeling van het nummer liep af in 2011 en vorderingen op grond van die overeenkomst zijn inmiddels verjaard, aldus de rechtbank. Ook is niet gebleken dat in de jaren daarna aanvullende afspraken zijn gemaakt.

Partijen hebben bij het aangaan van de overeenkomst gekozen voor toepassing van Duits recht. Naar Duits recht verjaart een nakomingsvordering uiterlijk tien jaar na het ontstaan ervan. Dit betekent dat de verjaringstermijn in elk geval in juni 2021 afliep, zodat de vordering gegrond op de exploitatieovereenkomst inmiddels is verjaard. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. ziet verder geen onderbouwing dat partijen andere afspraken hebben gemaakt over de verdeling van royalties. Dat de studio-eigenaar op grond van het auteursrecht aanspraak zou kunnen maken op meer royalties dan hij in de periode 2010-2011 heeft ontvangen, heeft hij niet duidelijk kunnen maken.

De rechtbank wijst de vorderingen van de studio-eigenaar af en bepaalt dat hij de Kosten die gemaakt worden om de procedure te kunnen voeren, zoals bijvoorbeeld de kosten van juridische bijstand en reis- en verblijfskosten. van de zangeres moet betalen. 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u een e-mail- U verlaat Rechtspraak.nl sturen naar Team Communicatie van de rechtbank Amsterdam.