Minister geeft terecht verblijfsvergunning voor drie jaar

Amsterdam|
Het besluit van de minister om twee vrouwen een verblijfsvergunning voor drie jaar in plaats van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te geven, blijft in stand. Dat volgt uit een oordeel van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam.

De vrouwen zijn kinderen binnen een Turks gezin, waarvan de vader, moeder en jongste kind inmiddels genaturaliseerd zijn. De twee vrouwen vroegen een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en gaf hen een verblijfsvergunning voor drie jaar. 

Waar gaat deze zaak over?

Voorheen konden vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aanvragen wanneer zij vijf jaar rechtmatig in Nederland verbleven. Op 12 juni 2026 is het Europees Asiel- en migratiepact en de Uitvoeringswet in werking getreden en is de wet veranderd. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is daarmee afgeschaft. 

De vrouwen in deze zaak vroegen een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan. Dit deden zij een aantal maanden vóór de verandering van de wet. De geldigheid van hun asielvergunning voor bepaalde tijd liep na de wetswijziging af, wat ook betekent dat de Strafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van vijf jaar rechtmatig verblijf in Nederland pas daarna werd bereikt. 
Omdat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd per 12 juni 2026 is afgeschaft, kregen de vrouwen een verblijfsdocument voor drie jaar. Zij zijn het hier niet mee eens. Volgens hen heeft de minister de wetswijziging onvoldoende gemotiveerd. Ook zou de minister de nadelige gevolgen voor hen niet voldoende hebben meegewogen bij het opstellen van de wet. 

Wat is de rol van de rechter?

De wetgever – regering en Tweede en Eerste Onderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. samen - stelt wetten democratisch vast. De minister voert deze uit. De vreemdelingenrechter oordeelt of de minister wetten en regels die gelden voor asiel in Nederland goed heeft toegepast.

Het oordeel

Bij het maken van de wet heeft de wetgever rekening gehouden met de omstandigheden die de vrouwen in deze zaak naar voren brengen. Hij heeft de gevolgen daarvan ook voorzien. Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd af te schaffen en geen overgangsrecht in te stellen. 

De vreemdelingenrechter oordeelt dat de minister bij de beoordeling van de asielaanvraag van de twee vrouwen de wet heeft gevolgd en stelt de vrouwen in het ongelijk. De beslissing van de minister om hen een verblijfsvergunning voor drie jaar in plaats van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te geven, blijft daarmee in stand. Dit betekent niet dat de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. de nadelige gevolgen voor de vrouwen – en met hen de statushouders die zich in dezelfde groep bevinden – niet ziet of onderkent. Het ontbreken van overgangsrecht maakt het voor deze groep op een aantal vlakken juist moeilijker. Het is aan de wetgever om dergelijke keuzes te maken. 

Om welke groepen mensen gaat deze zaak?

Het gaat in deze zaak specifiek om de groep vreemdelingen die een aanvraag voor onbepaald tijd heeft ingediend vóór de verandering van de wet, terwijl hun verblijfsvergunning voor bepaalde tijd na 12 juni 2026 afliep. Ook zouden ze pas na 12 juni 2026 aan de eis van vijf jaar rechtmatig verblijf in Nederland voldoen. 

Bij deze uitspraak gaat het niet over de groep vreemdelingen die vóór 12 juni 2026 hun aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft ingediend en bij wie ook vóór 12 juni 2026 aan de eis van vijf jaar rechtmatig verblijf is voldaan, maar waar de minister te laat een besluit neemt. Ook gaat het niet over de groep vreemdelingen waarbij opnieuw over de aanvraag moet worden beslist naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak en waarbij het oorspronkelijke afwijzende besluit vóór 12 juni 2026 is genomen. 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u een e-mail- U verlaat Rechtspraak.nl sturen naar Team Communicatie van de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2026:32370- U verlaat Rechtspraak.nl