Amsterdam|

Acht jaar cel voor doodslag op jongerenwerker

Een 22-jarige Amsterdammer is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar voor het doodsteken van een 23-jarige Amsterdamse jongerenwerker, in juli vorig jaar op straat in Amsterdam-Oost.

Ruzie eindigt in steekpartij

De twee mannen kregen ruzie met elkaar toen het slachtoffer de echokliniek in de Tweede Oosterparkstraat verliet, samen met zijn vriendin, de ex-vriendin van de dader(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt.. De 22-jarige man liep hevig scheldend achter het koppel aan. Even verderop kwam het tot een worsteling. Daarbij trok de dader een mes en stak zijn slachtoffer vele malen, onder andere in zijn hals en borst. Het slachtoffer overleed niet veel later aan zijn verwondingen.

Klaarlichte dag

De rechter rekent het de dader zwaar aan dat hij een jonge man van 23 jaar van het leven heeft beroofd. De verklaringen van de moeder en de twee zussen van het slachtoffer hebben op de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. diepe indruk gemaakt. Verder laat de rechter meewegen dat het voorval zich op klaarlichte dag afspeelde. Hierdoor hebben veel omstanders en omwonenden gezien hoe het slachtoffer hevig bloedend op straat lag en om het leven werd gebracht.

Geen noodweer

Volgens de verdediging handelde de 22-jarige uit noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit. nadat het latere slachtoffer hem in een wurggreep had genomen. De steekpartij zelf zou de man in een vlaag van verstandsverbijstering hebben uitgevoerd. De rechtbank oordeelt echter dat het slachtoffer de dader weliswaar als eerste vastgreep, maar dat de reactie van de dader – het herhaaldelijk insteken op het slachtoffer – daarmee niet in verhouding staat. Ook voor het verweer dat de steekpartij in een vlaag van verstandsverbijstering zou hebben plaatsgevonden, ziet de rechter geen overtuigend bewijs.