Grotendeels voorwaardelijke celstraf in 22 jaar oude strafzaak
In 1997 werden in het Amsterdamse Vondelpark meerdere vrouwen verkracht. Op basis van de verklaringen van de slachtoffers werd destijds de man, die nu is veroordeeld, aangehouden. Het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) deed geen vergelijkend onderzoek met het DNA-profiel uit het bloed dat de man toen vrijwillig afstond en vervolgde hem niet.
Coldcaseteam
Een zogeheten coldcaseteam van de Amsterdamse politie onderzocht in 2017 de zaak opnieuw en daarbij kwam de man weer in beeld als verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld.. Ditmaal werd wel vergelijkend DNA-onderzoek verricht op sperma dat in het lichaam van het slachtoffer was aangetroffen, wat een match opleverde met het DNA van de man. Voor verkrachting geldt geen verjaringstermijn en dus kon het OM de zaak alsnog vervolgen. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt, mede op basis van het DNA-bewijs, dat de man de dader moet zijn geweest en legt hem een gevangenisstraf op van één jaar, waarvan het grootste deel voorwaardelijk. Alleen de tijd die de man in voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken. doorbracht, wordt onvoorwaardelijk opgelegd. De man hoeft dus niet meer terug de gevangenis in, tenzij hij zijn voorwaarden schendt. De man moet zich onder psychologische behandeling stellen. Ook krijgt hij daarnaast een taakstraf van 240 uur.
Redelijke termijn
Hoewel de rechtbank zich realiseert dat een ernstig feit als verkrachting ook na 22 jaar nog steeds veel impact heeft op de maatschappij en kan hebben op een slachtoffer, moet een dergelijke overschrijding van de redelijke termijn, doordat het OM de zaak al die jaren heeft laten liggen, consequenties hebben voor de strafmaat. Het OM heeft in 1997 immers verzuimd DNA-vergelijkend onderzoek te verrichten. Wanneer het OM een strafzaak vervolgens 22 jaar lang op de plank laat liggen, moet dat – ook volgens jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. van de Hoge Raad – gevolgen hebben voor de strafmaat.
Vergelding of preventie
Daarbij heeft de rechtbank overwogen welk doel strafoplegging heeft. In het algemeen kunnen 2 doelen gediend zijn: vergelding en preventie. Uit de verklaring van aangeefster van 13 augustus 2019, waaruit blijkt dat zij geen wrok of woede naar verdachte toe koestert, concludeert de rechtbank dat vergelding in mindere mate aan de orde is. Preventie is dan het belangrijkste doel. De man is de afgelopen 22 jaar verder niet veroordeeld voor zedendelicten. Om een eventueel recidiverisico te verkleinen, legt de rechtbank aan de man de voorwaardelijke gevangenisstraf op met de verplichting zich te laten behandelen.
Meer informatie
Voor meer informatie, bel de afdeling Voorlichting & Communicatie van de rechtbank Amsterdam, telefoonnummer: 088-3611440, of stuur een e-mail naar info.rechtbankamsterdam@rechtspraak.nl- U verlaat Rechtspraak.nl