Het oordeel: Overval op goudsmid en ontsteken explosief bestraft

Straf - Overval op goudsmid en ontsteken explosief bestraft
19 augustus - Twee mannen - van 23 en 21 jaar oud - zijn onder meer veroordeeld voor hun rol bij een overval op een goudsmid op 28 september 2023 in Amsterdam-Centrum waarbij zij 700 à 900 euro aan goud buitmaakten. De straffen zijn respectievelijk 6 jaar gevangenisstraf en 48 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Zij pakten de goudsmid bij haar nek, duwden haar tegen de grond en trapten haar. In augustus 2023 veroorzaakten de mannen ook een explosie in Amsterdam-Centrum. Ze hoopten zo een sieradenwinkel binnen te komen. Kort erna pleegden zij een bedrijfsinbraak en probeerden elders in te breken. Uit zijn strafbladVermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling). blijkt dat de 23-jarige man vaker voor inbraken is veroordeeld wat strafverzwarend meeweegt. Voor hem ziet de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. niets in reclasseringsinterventies. Voor de 21-jarige man gelden wel bijzondere voorwaarden. Hij moet onder meer meewerken aan een gedragsinterventie en middelencontrole.
Lees de volledige uitspraken:
ECLI:NL:RBAMS:2025:6139 ECLI:NL:RBAMS:2025:6140
Bestuur - Claimen toeslagschade kan ook ná verstrijken aanvraagtermijn
15 augustus - De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft in twee zaken beoordeeld of door ouders te laat ingediende aanvragen om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag toch behandeld kunnen worden. Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen dient zo’n aanvraag ingediend te worden vóór 2 januari 2024. Een hardheidsclausule in die wet maakt het mogelijk van de aanmeldtermijn af te wijken als de ouder voldoende aannemelijk maakt dat toepassing van de termijn leidt tot zo’n onbillijkheid dat die onredelijk is. In de ene zaak vond de rechtbank het onbillijk om de ouder aan te rekenen dat haar bewindvoerderPersoon die door de rechter is aangesteld om de geldzaken en het bezit van een ander te beheren, die hier (tijdelijk) zelf niet (meer) goed toe in staat is. geen aanvraag had ingediend en heeft de rechtbank de Dienst Toeslagen opgedragen opnieuw op de aanvraag te beslissen. In de andere zaak mag de ouder van de rechtbank medisch onderbouwen dat als gevolg van PTSS het onmogelijk of onredelijk moeilijk was om een aanvraag te doen.
Lees de volledige uitspraken:
ECLI:NL:RBAMS:2025:6170
ECLI:NL:RBAMS:2025:6171
Huurder mag in woning blijven
19 augustus - De huurder van een sociale huurwoning mag in die woning blijven. De verhuurder stelde dat de huurder de woning ongeoorloofd zou hebben onderverhuurd en dat hij zijn hoofdverblijf elders zou hebben. De kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. oordeelde echter dat de verhuurder beide stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de bankafschriften van huurder blijkt weliswaar dat hij veel tijd in Tunesië doorbrengt, maar huurder stelde dat hij daar alleen voor zijn kinderen is. Ook woont huurder al 50 jaar in Nederland en heeft hij hier zijn bestaan opgebouwd. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat hij in Tunesië een bestaan heeft opgebouwd. Dit betekent dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat de rechter in een bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). in het voordeel van de verhuurder zou beslissen. De eis om de woning te ontruimen wordt daarom afgewezen.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:6138