Amsterdam|

Het oordeel van de rechter

De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Iedere week selecteren we een aantal van de belangrijkste en meest opvallende uitspraken per rechtsgebied.

Straf - Celstraf en tbs voor verkrachting in zorginstelling

18 juni - Een 27-jarige man is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf en tbs onder meer omdat hij op 2 september 2024 een medewerkster van een zorginstelling in Amsterdam-Nieuw-West verkrachtte. Die dag mishandelde hij ook een andere werknemer en een bewoner. Twee weken eerder probeerde hij ook een andere bewoonster te verkrachten. Voor de aangiftes van de zedenfeiten is genoeg ondersteunend bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt.. Zo was bij de verkrachting de onderbroek van de begeleidster gescheurd. Uit onderzoeken blijkt dat de 27-jarige man een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken heeft. Behandeling met bijzondere voorwaarden is ontoereikend. Ook over het naleven van voorwaarden binnen een tbs met voorwaarden bestaan grote twijfels. Daarom legt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. tbs op. Daarnaast moet de hij in totaal 11.000 euro schadevergoeding betalen. 

Lees de volledige uitspraak:

ECLI:NL:RBAMS:2025:4113

Bestuur - Onzorgvuldig gehandeld bij afwijzen tweede parkeervergunning

17 juni - Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders heeft geen goede procedure gevolgd tijdens de afwijzing van de aanvraag voor een tweede bewonersparkeervergunning in Amsterdam-Noord. Dat oordeelt de voorzieningenrechter. Van een bestuursorgaanEen bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert. mag worden verwacht dat zij een duidelijke uitleg geeft waarom een aanvraag wordt afgewezen. Daarnaast mag ook worden verwacht dat een bestuursorgaan reageert als een burger veelvuldig verzoekt om een toelichting en om contact. Het college heeft dit in het besluit, en daarna, niet gedaan. Ook niet toen de Amsterdammer boetes ontving. Ook heeft het college niet van de mogelijkheid gebruikgemaakt om op de zitting een toelichting te geven en met hem in gesprek te gaan. Het college handelde daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter wijst een voorlopige voorzieningEen voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. toe. Die houdt in dat het college moet handelen alsof de Amsterdammer een bewonersvergunning voor zijn auto bezit tot zes weken na de beslissing op zijn bezwaar. 

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:4100

Kanton - Hobbyfokker hoeft ontevreden koopster puppy niets te betalen

17 juni - Een verkoopster hoeft de Amsterdamse vrouw die zij een puppy verkocht, die binnen een jaar verlammingsverschijnselen kreeg, niets te betalen. De koopster eiste ruim 2.800 euro schadevergoeding plus rente en kosten. Daarin gaat de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. niet mee. Daarbij weegt mee dat de verkoopster als hobbyist bij deze verkoop niet beroepsmatig handelde. Zij fokte maximaal 1 nestje per jaar naast haar betaalde baan en had ook niet elk jaar een nestje. Dat zij op het moment van de verkoop al drie jaar fokker was en een website heeft, zoals de koopster inbracht, verandert de zaak niet. Het was geen consumentenkoop. Was dat wel zo geweest, dan zou op grond van de wet worden vermoed dat de puppy al bij de verkoop iets mankeerde, omdat de mankementen binnen een jaar duidelijk werden. Nu moest de koopster echter onderbouwen dat er al bij de koop mankementen waren. Dat deed zij onvoldoende. 

Lees de volledige uitspraak:

ECLI:NL:RBAMS:2025:4086