Ook rechtbank Amsterdam oordeelt dat truckkartel tot hogere prijzen heeft geleid
Achtergrond
Op 19 juli 2016 beboette de Europese Commissie verschillende truckfabrikanten van middelzware en zware vrachtwagens wegens kartelvorming. De fabrikanten wisselden volgens de Commissie 14 jaar lang in strijd met het kartelverbod informatie uit over brutolijstprijzen en over het doorberekenen van de kosten voor het naleven van strengere emissieregels. In heel Europa zijn vervolgens schadevergoedingsprocedures aanhangig gemaakt van afnemers van vrachtwagens (koop of lease) die zeggen dat zij als gevolg van het kartel een te hoge prijs hebben betaald voor de vrachtwagens. In deze zaak heeft CDC (Cartel Damage Claims) namens meer dan 1000 afnemers een zaak aangespannen tegen truckfabrikanten DAF, MAN, Volvo-Renault, Daimler, CNH/Iveco en Scania. Inmiddels hebben DAF en CNH/Iveco de zaak met CDC geschikt.
Naar aanleiding van de mondelinge behandeling op 18 en 19 november 2025 beslist de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. in dit tussenvonnis op een aantal onderwerpen.
Meerprijs als gevolg van kartel
De rechtbank stelt de meerprijs van een vrachtwagen als gevolg van het truckkartel (het overchargepercentage) vast op 7%. Voor het bepalen van de meerprijs is het gebruikelijk om de daadwerkelijk betaalde prijzen (onder werking van het kartel) te vergelijken met de prijzen in de hypothetische situatie waarin (het effect van) de inbreuk op het mededingingsrecht wordt ‘weggedacht’ (de ‘but-for-prijzen’). Die hypothetische situatie kan alleen bij benadering worden bepaald. Dit gebeurt in de praktijk door middel van een zogenaamde regressieanalyse. De rechtbank neemt de regressieanalyse van de deskundigen van CDC als uitgangspunt. Volgens de rechtbank is de dataset van CDC die de deskundigen hebben gebruikt voldoende representatief voor de uitgevoerde analyse. De deskundigen van CDC concluderen dat de na-ijlperiode van het kartel bijna 3 jaar heeft geduurd, van 28 juni 2010 tot 30 mei 2013. De rechtbank neemt dat over.
Value of commerce
De rechtbank oordeelt dat de door de afnemers daadwerkelijke betaalde koopprijs en de door CDC berekende leasetermijnen het vertrekpunt zijn voor de berekening van de value of commerce.
Emissieschade niet toewijsbaar
Volgens CDC hebben de truckfabrikanten ook afspraken gemaakt over de invoering van nieuwe emissietechnologieën waardoor vrachtwagens die aan de nieuwste (Europese) normen voldeden pas later op de markt kwamen. Daardoor zou eveneens schade zijn ontstaan. De rechtbank oordeelt dat CDC onvoldoende heeft onderbouwd dat ‘emissieschade’ is geleden.
Verdere procedure
De truckfabrikanten zeggen dat de afnemers van een vrachtwagen een eventuele meerprijs weer hebben doorberekend aan hun afnemers. Dat debat moet nog verder worden gevoerd. De rechtbank heeft knopen doorgehakt over het aantal vrachtwagentransacties waarvoor CDC in deze zaak schadevergoeding kan vorderen (volume of commerce) en de prijzen/leasetermijnen die afnemers hebben betaald (value of commerce). Partijen mogen zich uitlaten over wat dat voor de zaak betekent. Een nieuwe zittingsdatum is nog niet bekend.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u een e-mail- U verlaat Rechtspraak.nl sturen naar de afdeling Communicatie van de rechtbank Amsterdam.