Zeven veroordelingen en één vrijspraak in zaak ‘Spyshop’
Aan de eigenaar Farah El O. werd een gevangenisstraf opgelegd van 15 maanden voor zijn betrokkenheid bij de verkoop op 14 februari 2014 van drie vuurwapens aan twee Britse undercoveragenten.
Voor de verkoop van meerdere wapens aan deze agenten op andere data in februari 2014 heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Dejan M. veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.
Met betrekking tot deze verkoop stelt de rechtbank zich ten aanzien van El O. op het standpunt dat hij in onvoldoende mate een bijdrage heeft geleverd aan de verkoop van deze wapens om als medepleger daarvan te kunnen worden aangemerkt. Niet is bewezen dat El O. op die dagen heeft deelgenomen aan de gesprekken en onderhandelingen met de undercoveragenten, evenmin dat hij aanwezig was in de Spyshop, heeft gedeeld in de opbrengst of anderszins een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan die wapenverkopen.
Onvoldoende bewijs voor grootscheepse wapenhandel
Het langdurige en omvangrijke onderzoek heeft ook overigens onvoldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. opgeleverd ter ondersteuning van de stelling van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. dat verdachten op grote schaal handelden in wapens, aldus de rechtbank. De resultaten van het onderzoek kunnen ook beschouwd worden als een contra-indicatie voor de handel in wapens op grote schaal. Tijdens het onderzoek zijn meerdere gesprekken tussen verdachten over wapens opgenomen en beluisterd, maar bewijs van een daadwerkelijke overdracht in die periode is uitgebleven.
Media-aandacht
De raadsmanAdvocaat. van verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. had de rechtbank gevraagd rekening te houden met de grote media-aandacht voor deze zaak. Dat de strafzaak veel media-aandacht heeft gekregen komt de rechtbank niet vreemd voor gelet op de aard en omvang van het opsporingsonderzoek. Wel vindt de rechtbank met zijn raadsman dat de politie en het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. in hun optreden in de media de grenzen hebben overschreden. Met hun opmerkingen hebben zij de indruk gewekt dat verdachte al schuldig was bevonden. Daarmee werd vooruitgelopen op de boordeling van de rechter. Toch ziet de rechtbank geen aanleiding om hiervoor strafvermindering op te leggen omdat vast is komen te staan dat El O. daadwerkelijk (vuur)wapens in zijn winkel heeft verhandeld, zij het dat men vraagtekens kan zetten bij de opmerking destijds van de hoofdcommissaris tegenover de pers dat het zou gaan om ‘echt heel veel vuurwapens’.
Informatie
Voor informatie kunt u bellen met de afdeling Voorlichting & communicatie van de rechtbank Amsterdam, tel: 020 541 2882.
De vonnissen worden in de loop van volgende week gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.