Nieuws rechtbank Amsterdam

Viertal veroordeeld voor serie agressieve straatroven

Amsterdam, 14-12-2020

Vier mannen van 18, 20, 25 en 29 jaar zijn door de rechtbank veroordeeld voor een serie gewelddadige straatroven in Amsterdam. Ze hadden het voorzien op dure Rolex-horloges. De drie oudste verdachten krijgen celstraffen opgelegd van 40 maanden tot 5 jaar. De jongste verdachte wordt volgens het jeugdstrafrecht veroordeeld tot 6 maanden cel, waarvan 3 voorwaardelijk, en een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de maximale duur van 12 maanden. Daarnaast moet het viertal hun slachtoffers in totaal 115.000 euro schadevergoeding betalen.

IRK stelt nadere vragen aan Poolse rechters over de Poolse rechtsstaat

Amsterdam, 10-12-2020

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft deze week aanvullende vragen gesteld aan enkele Poolse rechtbanken over de samenwerking tussen de rechterlijke autoriteiten in Polen in het kader van de uitvoering van Europese aanhoudingsbevelen.

Vooralsnog geen gedwongen overname van Corendon door Sunweb

Amsterdam, 07-12-2020

Reisorganisatie Sunscreen, eigenaar van Sunweb, wordt vooralsnog niet gedwongen branchegenoot Corendon tegen haar wil over te nemen. Dat heeft de voorzieningenrechter beslist in een kort geding dat door Corendon was aangespannen.

Het oordeel van de rechter

Amsterdam, 07-12-2020

De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Deze week hebben we 8 van de belangrijkste en meest opvallende zaken per rechtsgebied geselecteerd.

IRK stelt categorieën voor overleveringsdetentie vast na oordeel Hof van Justitie

Amsterdam, 03-12-2020

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft deze week tijdens een tweedaagse zitting de detentiegronden herbeoordeeld van 50 ‘opgeëiste personen’: personen die vastzitten omdat een EU-lidstaat om hun overlevering heeft gevraagd. Die herbeoordeling was noodzakelijk door een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie van vorige week, waarin werd geoordeeld dat het Openbaar Ministerie in de overleveringsprocedure niet langer als uitvoerende rechterlijke autoriteit mag optreden.