Rechtbank past lagere proceskostenvergoeding toe bij zaken over voortgang nareisaanvraag

Arnhem|
Als de minister na een eerste uitspraak over de voortgang nog steeds niet heeft beslist op een nareisaanvraag en er opnieuw een procedure wordt gestart, hanteert de rechtbank voortaan het vergoedingstarief voor 'zeer lichte' zaken. Dat heeft de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem) bepaald. Daarmee wijkt de rechtbank af van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter).

Soms stapt een gezin opnieuw naar de rechter omdat de minister nog steeds geen besluit heeft genomen op hun nareisaanvraag, terwijl de rechter dat eerder al wel had opgedragen (een opvolgend Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter.). In deze zaak stelt de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vast dat de minister opnieuw te laat is. De rechtbank geeft de minister daarom een nieuwe termijn om alsnog te beslissen en koppelt daar een dwangsom aan van 50 euro per dag (tot maximaal 15 duizend euro).

Lagere vergoeding voor Raadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Wie een rechtszaak wint, krijgt meestal een vergoeding voor de advocaatkosten. De hoogte daarvan hangt af van hoe zwaar of ingewikkeld een zaak is. De hoogste bestuursrechter oordeelde op 15 juni 2026 dat bij zo’n opvolgend beroep het tarief voor 'lichte' zaken geldt met wegingsfactor 0,5. Zittingsplaats Arnhem kiest nu bewust voor het tarief voor 'zeer lichte' zaken met wegingsfactor 0,25) en onderbouwt dat als volgt:

  1. Minimale werkzaamheden. Een advocaat hoeft geen ingebrekestelling te sturen en geen inhoudelijke argumenten te bedenken. Het komt in feite neer op een eenvoudige controle van de kalender om te zien of de eerder opgelegde termijn is verlopen.
  2. Geen invloed op de snelheid. De procedure gaat niet over de inhoud van de nareisaanvraag, maar uitsluitend over de voortgang. Omdat de minister aanvragen afhandelt op volgorde van binnenkomst, leidt een extra procedure er in de praktijk niet toe dat een gezin sneller een besluit krijgt. Een lagere vergoeding voorkomt dat er een financiële prikkel ontstaat om routinematig door te procederen zonder inhoudelijke meerwaarde voor de aanvrager.
  3. Aansluiting bij gesubsidieerde Gefinancierde rechtshulp.. De Instantie die beslist of een rechtzoekende in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. geeft voor deze overzichtelijke procedures in de regel een lichte adviestoevoeging. Een vergoeding op basis van een 'zeer lichte' zaak sluit daar beter bij aan.

Gevolgen uitspraak

Omdat in deze specifieke procedure principiële rechtsvragen zijn behandeld door een Een kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. (drie rechters), kent de rechtbank aan de advocaat voor deze ene keer bij uitzondering nog het hogere tarief toe (wegingsfactor 0,5). De rechtbank benadrukt echter dat zij bij toekomstige vervolgprocedures over het niet tijdig beslissen op nareisaanvragen het tarief voor 'zeer lichte' zaken (wegingsfactor 0,25) als vast uitgangspunt zal hanteren.