Plaatsing man uit Iran gelukt

Op 1 maart 2024 verleende de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. voor de 4e keer een rechterlijke machtiging tot plaatsing in een instelling, voor 6 maanden, van een 42-jarige man uit Iran. Eerdere machtigingen vervielen automatisch omdat de man niet binnen de wettelijke termijn van 4 weken geplaatst kon worden. De man zou binnenkort onbehandeld en zonder vangnet op straat komen als er ook nu niet op tijd een plek in een instelling werd gevonden.
In deze zaak publiceerde de rechtbank eerder persberichten op 25 mei 2023 en op 6 maart 2024.
Twee juridische trajecten
In deze zaak spelen 2 trajecten een rol: de vordering tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. van de eerder aan de man opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar en daarnaast een rechterlijke machtiging op basis van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Eind 2018 legde de rechtbank de man een gevangenisstraf van 4 jaar op, waarvan 2 jaar voorwaardelijk, voor poging tot doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. en poging tot zware mishandeling. De man moest zich aan verschillende voorwaarden houden, waaronder behandeling in een instelling. Meerdere behandelpogingen mislukten echter.
Sinds het mislukken van de laatste behandelpoging in 2022 zat de man voorlopig vast in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in afwachting van een alternatieve oplossing. De rechtbank was sindsdien bezig met het vinden van die oplossing.
De voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. van 2 jaar zou er begin april 2024 op zitten. De man zou dan dus onbehandeld en zonder vangnet op straat komen, terwijl hij vanwege zijn beperking een gevaar is voor zichzelf en voor anderen. De man is niet goed in staat om zijn emoties te reguleren, met suïcidaal of agressief gedrag tot gevolg. Zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat anderen schade of letsel wordt toegebracht. De rechtbank schat het risico daarop in deze zaak hoog in. Op het strafblad van de man staan meerdere geweldsdelicten. De man is blijvend aangewezen op zorg en begeleiding; een verblijf binnen een Wzd-accommodatie is noodzakelijk om schade of letsel te voorkomen.
4e rechterlijke machtiging slaagt
Op 26 maart 2024 berichtte de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. dat na bestuurlijke opschaling een maatwerkoplossing is gevonden. Het PPC Vught fungeert als verblijfsvoorziening. Binnen het PPC is een kamerruimte aangewezen als Wzd-afdeling van Trajectum (een zogeheten extended bed). De zorgverlening wordt door/onder verantwoordelijkheid van Trajectum verleend. Met ingang van 29 maart 2024 wordt de man op basis van de op 1 maart 2024 afgegeven rechterlijke machtiging opgenomen.
Beslissing tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
Vanwege het spoedeisend belang en met instemming van de officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. en de verdediging behandelde de rechtbank schriftelijk de vordering tenuitvoerlegging op 28 maart 2024 op een pro-formazittingZitting waarop een zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Een pro-formazitting is nodig als een zaak binnen een bepaalde termijn op een zitting moet zijn geweest, maar het nog te vroeg is om deze inhoudelijk te behandelen.. Vervolgens deed de rechtbank op 28 maart 2024 in het openbaar uitspraak.
Door nu te beslissen op de vordering tenuitvoerlegging kan de plaatsing via de rechterlijke machtiging op 29 maart 2024 gerealiseerd worden.
De 633 dagen die de man vastzat sinds de start van de laatste zoektocht naar een instelling tot 29 maart 2024 (dag van uitvoering rechterlijke machtiging) worden van het voorwaardelijk strafdeel afgetrokken.
Geen zitting op 2 april
Op 2 april 2024 stond een zitting gepland over de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf voor het geval de rechterlijke machtiging niet binnen 4 weken uitgevoerd kon worden. Deze zitting gaat dus niet meer door omdat er een oplossing is gevonden en de plaatsing op basis van de rechterlijke machtiging op tijd is gerealiseerd.