Op de rol: ‘Het werd zwart voor mijn ogen’
Verslag van een rechtszitting

Amir was op 9 juni van dit jaar op weg naar huis, niet omdat hij daar zin in had, maar omdat hij moest. Hij werd onder begeleiding van de marechaussee Nederland uitgezet. Dat weerhield hem er niet van om op weg naar Algiers te slaan, te bijten, te schoppen en passagiers en bemanningsleden te bedreigen. Terwijl hij een scheermesje ophield, riep hij in het rond: ‘Ik ga jullie doodmaken.’ De gezagvoerder zag zich gedwongen om in Frankrijk een tussenlanding te maken. Amir werd teruggebracht naar Nederland en belandde in de cel, eerst op Schiphol en later in de gevangenis voor vreemdelingen in het Groningse Ter Apel.
Spijt
Politierechter Van der Lelie vond dat hij de zaak in Haarlem niet kon behandelen zonder dat Amir werd bijgestaan door zijn advocaat, en dus werd de zaak opnieuw gepland: met dezelfde rechter, dezelfde officier van justitie, dezelfde advocaat en dezelfde tolk. En vandaag is het dan zover, nu in de rechtbank op Schiphol. Iedereen is er. Twee marechaussees begeleiden Amir rechtszaal A binnen. Hij is de beleefdheid zelve. Geen misbaar, geen geschreeuw. ‘Ik bied u mijn excuses aan; ik heb er ontzettend veel spijt van. Normaal doe ik niemand kwaad.’
Scheermesjes
Amir vertelde bij zijn verhoor terug in Nederland dat hij zich bijna niets meer herinnerde van zijn hysterie in het vliegtuig. Wat er daarvoor gebeurde, weet hij nog wel. Politierechter Van der Lelie loopt de herinneringen door. ‘U bent uit Algerije vertrokken en hebt in Duitsland gewoond en gewerkt. Uiteindelijk bent u weer in Nederland terechtgekomen.’ ‘Dat klopt’, antwoordt Amir via zijn tolk. ‘Omdat hier mijn eerste vingerafdrukken waren genomen. In Nederland werd mijn asielverzoek afgewezen, en toen ben ik naar Duitsland gegaan. Maar ik ben teruggebracht naar Nederland en moest naar Algerije.’ Hij wordt met een busje naar Rotterdam The Hague Airport gereden, waar het misgaat. Hij heeft buikloop en smeert zich in met zijn eigen ontlasting. De marechaussees vegen hem zo goed en kwaad als dat kan af en treffen bij fouillering tussen zijn balzak en anus vastgeplakte scheermesjes. Ze zien niet dat hij ergens nóg een mesje heeft verstopt.
Levenslang
De marechaussees dragen Amir in een soort tuig liggend het vliegtuig van Air Algérie binnen en plaatsen hem op de achterste rij. Dat kan Amir zich nog herinneren, de rest niet meer. ‘Het werd zwart voor mijn ogen.’ Waarom? Amir antwoordt: ‘Omdat ik in Algerije levenslang heb gekregen. Ik zou een terrorist zijn. Algerije is net zo erg als Iran.’ Eenmaal in de lucht maken de marechaussees de tie-wraps om Amirs polsen wat losser. Dat hadden ze beter niet kunnen doen, want eenmaal boven Frankrijk gaat Amir helemaal los. In zijn blinde wanhoop en razernij slaat en schopt hij zijn escortebegeleiders, stoot met zijn hoofd en ellebogen en bijt naar passagiers en bemanningsleden. Hij ramt ook een plaat uit het plafond en trekt aan het kabelwerk. De maat is vol voor de gezagvoerder, die vlucht AH2085 op Lyon-Saint Exupéry aan de grond zet. De Franse politie plukt Amir vervolgens uit de 737.
Kalmeringsmiddel
‘Ik heb in het dossier gelezen dat u drugs had gebruikt voordat u werd uitgezet. Klopt dat?’, vraagt officier van justitie Halsema. Ja, hij had diazepam genomen. ‘Dat is toch een kalmeringsmiddel? Hebt u dat van de dokter gekregen?’, vraagt de politierechter. ‘Nee, van medegedetineerden bij de vreemdelingenbewaring.’ ‘Waarom hebt u dat genomen?’, wil de officier weten. Amir: ‘Door de schrik dat ik zou worden teruggestuurd naar Algerije. Ik wilde toen ook mijn polsen doorsnijden. Daarom had ik ook scheermesjes meegenomen. Niet om de mensen in het vliegtuig aan te vallen, maar om een einde aan mijn leven te kunnen maken.’
Overmacht
Amir heeft in een Algerijns vliegtuig boven Frankrijk gevochten met Nederlandse marechaussees en kan daarom in Nederland worden vervolgd, meent de officier van justitie (artikel 385b van het Wetboek van Strafrecht). De officier: ‘De marechaussees zijn geconfronteerd geweest met geweld, passagiers en bemanningsleden werden aangevallen, mijnheer zwaaide met een scheermesje, vernielde plafondplaten en trok kabels uit het plafond, waarna de gezagvoerder het onverantwoord vond om nog verder door te vliegen.’ Een eventueel beroep op psychische overmacht is volgens de officier zinloos. ‘Het is niet aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een van buiten afkomstige drang waartegen de verdachte geen weerstand kon bieden.’ Omdat Amir het vliegtuig van Air Algérie in gevaar heeft gebracht, vindt officier van justitie Halsema een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op z’n plaats. ‘Een hogere strafeis zou in beginsel passend zijn geweest, maar omdat mijnheer in Nederland een blanco strafblad heeft en na het uitzitten van zijn straf waarschijnlijk alsnog zal worden uitgezet, heeft het Openbaar Ministerie ervoor gekozen om de straf te beperken tot zes maanden.’
Excuses
‘Je smeert jezelf niet zomaar in met je eigen uitwerpselen. Ook mijn cliënt niet. Waarom deed hij dat?’, vraagt raadsman Bos zich hardop op. Hij weet het antwoord: ‘Dat deed hij uit pure wanhoop. Hij was in paniek, want in Algerije wachtte hem een levenslange gevangenisstraf. Hij had eindelijk weer zin in het leven en wilde een toekomst opbouwen in Duitsland.
Maar hij werd teruggestuurd naar Nederland en werd hier op het vliegtuig gezet. En toen kwam de paniek.’ In zijn radeloosheid zette hij vervolgens het vliegtuig met geweld op z’n kop. Dat daar een straf op moet volgen, begrijpt de raadsman, maar zes maanden celstraf vindt hij te veel. Ook omdat Amir diepe spijt heeft betuigd. ‘Hij neemt zijn verantwoordelijkheid. Hij vindt het dan ook jammer dat de marechaussees hier vandaag niet zijn, want dan had hij hen zijn excuses kunnen aanbieden.’ De raadsman verzoekt de rechter Amir te bestraffen met een celstraf van vier maanden.
Kleding
Amir heeft spijt, ‘maar het is wel gebeurd’, concludeert politierechter Van der Lelie. ‘En het zijn geen feiten die je niet kunt afdoen met een taakstraf.’ Amir heeft het vliegtuig van Air Algérie immers in gevaar gebracht. De rechter vindt dat hij daarvoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden verdient. ‘Daar gaat de tijd vanaf die u al hebt vastgezeten natuurlijk. Dat betekent dat u dus nog een kleine drie maanden hier moet blijven zitten.’ En Amir moet de marechaussees bovendien bijna 900 euro betalen voor het vernielen van hun kleding.
* Dit is niet zijn echte naam.
Zie ook Op de rol: 'Wie denk je wel dat je bent?'
Lees hier- U verlaat Rechtspraak.nl meer Op de rol-verhalen.