Verdachte fatale aanrijding veroordeeld
De aanrijding

De man reed op de Rijksweg A37 nabij de afslag Hoogeveen-Oost. Naar aanleiding van een eerder ongeval stonden daar, op de vluchtstrook en in de berm, politie en hulpverleners met voertuigen met alarmsignalen, ter beveiliging van bergingswerkzaamheden. De toegestane snelheid aldaar bedroeg 130 km/u. Dat verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. harder heeft gereden is niet vastgesteld. Hij heeft echter ook geen vaart geminderd. Verdachte is in reactie op een wisseling van rijbaan van een andere auto van de weg geraakt en op de vluchtstrook terechtgekomen waar hij twee daar stilstaande auto’s heeft geraakt en ook het slachtoffer. Het slachtoffer is daarbij in de berm geslingerd en zodanig gewond geraakt dat hij ter plaatse is overleden.
Onvoorzichtig rijgedrag
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verwijt de man dat hij zijn snelheid niet heeft aangepast aan de bijzondere verkeerssituatie ter plekke, zodat hij veilig had kunnen reageren op mogelijk verkeersgedrag van anderen in zo’n geval. Zoals –plotseling- invoegen. De rechtbank neemt aan dat deze verkeersfout mede veroorzaakt is door het alcoholpromillage bij verdachte, dat licht hoger was dan wettelijk is toegestaan. Dit is van invloed geweest op zijn waarnemings- en reactievermogen en daarom mede oorzaak van de te hoge snelheid waarmee verdachte in deze bijzondere verkeerssituatie heeft gereden.
Dat leidt ertoe dat naar het oordeel van de rechtbank de man aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, terwijl hij onder invloed was van alcohol, in een mate die boven de wettelijk toegestane grens ligt. Hem valt daarom schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te verwijten.
Geen sprake van zeer onvoorzichtig rijgedrag
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van zeer onvoorzichtig rijgedrag, een zwaardere vorm van schuld, zoals de Officier van JustitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. had aangenomen. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte zich weliswaar door met dezelfde snelheid te blijven rijden in de positie heeft gebracht dat hij abrupt moest uitwijken voor een in de linker rijbaan invoegende auto, maar dat die uitwijkmanoeuvre op dat moment op zichzelf geen onjuiste reactie was. Het was de enige manier, naast remmen, om een aanrijding te voorkomen. Ook gaat de rechtbank uit van een minder grote invloed van het alcoholgebruik op het verkeersgedrag van de man.
Strafoplegging
De rechtbank legt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zoals wel door de Officier van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. was gevorderd en in principe ook aangewezen lijkt, kijkend naar rechterlijke richtlijnen. Dit komt doordat de rechtbank de man minder schuldig acht aan dit ongeval dan de Officier van Justitie. Daarnaast heeft de man een blanco strafbladVermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling)., ook voor verkeersdelicten. Ook zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank daarbij laten meewegen, vooral in het licht van de lange tijd die de man heeft moeten wachten op zijn berechting. Hij heeft zijn rijbewijs tot nu toe mogen houden, zowel van het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten., als het CBR.
De rechtbank veroordeelt de man tot een werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. van 180 uren, te vervangen door een periode van hechtenisVorm van vrijheidsstraf, die bijvoorbeeld wordt opgelegd bij overtredingen of bij het niet betalen van een boete. van 90 dagen wanneer hij deze straf niet goed verricht. Daarnaast wordt aan de man een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd, evenals een voorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar, met een proeftijd van 2 jaar
Verkeersmisdrijven
Kijk voor meer informatie over verkeersmisdrijven op de landelijke themapagina.