De verdediging heeft een lijst opgesteld bestaande uit in totaal 18 vragen met betrekking tot het onderzoeksverloop van de onderhavige strafzaak, welke vragen zij door de officier van justitie beantwoord wenst te zien. De vragen zijn nader omschreven in de door de raadsman van verdachte op de regiezitting van 28 november jongstleden overgelegde pleitnotitie. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vragen door het OM bij brief van 22 november 2012 reeds zijn beantwoord, voor zover deze relevant zijn voor het onderzoek, dan wel dat de antwoorden op de vragen in het dossier en correspondentie zijn te vinden. De rechtbank is van oordeel dat met deze in algemene termen gedane verwijzing niet kan worden volstaan. De rechtbank stelt de officier van justitie derhalve alsnog in de gelegenheid om bedoelde vragen gedocumenteerd schriftelijk te beantwoorden, en zo mogelijk de daarbij verzochte stukken over te leggen. Voor zover het openbaar ministerie een of meer van de vragen niet wil of kan beantwoorden, dan wel de verzochte stukken niet wil of kan overleggen, verzoekt de rechtbank dit schriftelijk en gemotiveerd aan haar te berichten.