Tussenuitspraak in zaak Krimschatten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Tussenuitspraak in zaak Krimschatten
Amsterdam, 16 juli 2019

Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag in hoger beroep een tussenuitspraak gegeven, waarin het volgende is beslist:

- Het Allard Pierson Museum (APM) mag de Krimschatten onder zich houden in afwachting van een definitieve beslissing in de juridische procedure;

- De (Nederlandse) Erfgoedwet is niet van toepassing op de zaak;

- Het hof heeft behoefte aan nadere inlichtingen van partijen over het gestelde eigendomsrecht en het gestelde recht van operationeel beheer.

Krimschatten

Zowel de Staat Oekraïne als vier Krim Musea maken aanspraak op de Krimschatten, een verzameling kunstwerken die het APM in 2013 van de Krim Musea in bruikleen kreeg. Nadat de Krim zich in maart 2014 afgescheiden had van Oekraïne, was het voor het APM niet langer duidelijk aan wie het de kunstwerken moest afgeven.

Standpunten van partijen

De Staat Oekraïne beschouwt de Krimschatten als zijn cultureel erfgoed. Hij vreest dat als het APM de Krimschatten aan de Krim Musea afgeeft, de Krimschatten feitelijk in de macht van de Russische Federatie zullen komen en aan zijn bereik zullen zijn onttrokken. De Staat Oekraïne vordert afgifte allereerst op grond van de Erfgoedwet en stelt dat de Krimschatten tot zijn erfgoed behoren en onrechtmatig in Nederland verblijven. Daarnaast maakt de Staat Oekraïne aanspraak op afgifte als eigenaar van de Krimschatten.

De Krim Musea beschouwen de Krimschatten als cultureel erfgoed van de Krim. Zij vrezen dat als het APM de Krimschatten aan de Staat Oekraïne afgeeft, deze nooit meer in hun collecties zullen terugkeren. De Krim Musea verlangen afgifte aan hen, allereerst omdat het APM zich in de bruikleenovereenkomsten tot teruggave aan hen heeft verbonden, en daarnaast op grond van een door hen gesteld Oekraïens zakelijk recht van “operationeel beheer”.

Het APM heeft zijn verplichting om de Krimschatten af te geven vooralsnog opgeschort. Het is bereid om de Krimschatten af te geven aan wie daartoe uiteindelijk gerechtigd blijkt te zijn.

APM mocht afgifte Krimschatten opschorten

Het gerechtshof heeft geoordeeld dat het APM, gelet op de complexe politieke en juridische situatie in de Krim, in redelijkheid niet kon beoordelen wie van de gegadigden gerechtigd is om de Krimschatten op te eisen. Het APM heeft in die situatie zich voor zoveel mogelijk alle belangen aangetrokken.
Onderwijl heeft het APM de Krimschatten deugdelijk in bewaring gehouden in afwachting van een definitieve beslissing. Onder deze omstandigheden mocht het APM zijn verplichting tot afgifte van de Krimschatten opschorten in afwachting van een definitieve beslissing.

APM niet schadeplichtig

Het recht om op te schorten brengt mee, dat het APM niet gehouden is tot schadevergoeding als gevolg van het niet eerder afgeven van de Krimschatten.

Erfgoedwet niet van toepassing

Eerder besliste de rechtbank Amsterdam dat de Krimschatten op grond van de Erfgoedwet moeten worden afgegeven aan de Staat Oekraïne. Het hof oordeelt nu anders: het UNESCO-verdrag, de parlementaire geschiedenis van de Erfgoedwet, de Richtlijn van de Europese Unie (Richtlijn 2014/60/EU), noch het in 1995 te Rome gesloten Verdrag van Unidroit inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen leiden tot een uitleg die meebrengt dat in deze zaak de Erfgoedwet van toepassing is. Dat betekent dat de Staat Oekraïne de Krimschatten niet op grond van de Erfgoedwet kan opeisen als zijn cultureel erfgoed.

Concurrerende rechten

Daarmee is de zaak nog niet klaar. Het komt volgens het gerechtshof erop aan wie de sterkste rechten heeft; de Krim Musea met het door hen gestelde recht van operationeel beheer naar het recht van Oekraïne of de Staat Oekraïne met het gestelde recht van eigenaar van de Krimschatten.

Nadere inlichtingen verzocht

Partijen hebben hun standpunten voorzien van toelichtingen en van opinies van deskundigen, maar het hof heeft desondanks behoefte aan nadere inlichtingen. Het hof wenst in elk geval meer duidelijkheid over het gestelde eigendomsrecht naar het recht van Oekraïne en het gestelde recht van operationeel beheer naar het recht van Oekraïne, alsmede de precieze strekking van een besluit van de Minister van Cultuur van Oekraïne van 13 mei 2014 waarmee het beheer van de Krimschatten is opgedragen aan het National Museum of History of Ukraine.

Vervolg van procedure

Partijen krijgen twee maanden de tijd om de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Daarna zal het hof zich nader over de zaak buigen. Een einduitspraak kan over 6 tot 9 maanden worden verwacht.

Uitspraken