Aanpassing werkwijze civiele dagvaardingszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Regels procedures en klachten > Aanpassing werkwijze civiele dagvaardingszaken

Introductie

Zoals bekend werkt de Rechtspraak met het kwaliteit- en innoveringsprogramma KEI aan een moderne rechtsgang. Daarbij speelt digitalisering een rol, maar minstens zo belangrijk is de vereenvoudiging van de procedures binnen het burgerlijk (civiel) en bestuursrecht.

De Tweede Kamer heeft inmiddels de desbetreffende wetten aangenomen. De invoeringswetten worden naar verwachting dit najaar behandeld, waarna ook nog de behandeling in de Eerste Kamer moet volgen. Het programma voorziet in een gefaseerde invoering. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is pilotgerecht. De invoering van KEI wordt bij het hof in de loop van 2016 verwacht.
 
De afdeling civiel recht van het gerechtshof bereidt zich voor op de invoering van KEI. Daarom is besloten om, daarop vooruitlopend, per 1 januari 2016 de werkwijze ten aanzien van de lopende civiele dagvaardingszaken en de dagvaardingszaken waarin reeds voor arrest is gefourneerd, aan te passen. Het doel is tevens om in te lopen op de werkvoorraad en de achterstanden die helaas zijn ontstaan.

      

 

Nieuwe werkwijze

De nieuwe werkwijze komt erop neer dat het hof regie zal voeren door alle dagvaardingszaken te screenen en te beslissen of deze op een zitting behandeld zullen worden. Bij lopende zaken gebeurt dit in een vroeg stadium. Indien het hof daartoe besluit, wordt een comparitie van partijen gelast. De bedoeling van deze comparitie is om inlichtingen in te winnen, om in overleg met advocaten en partijen de zaak (op inhoud en/of procedure) te stroomlijnen en/of om een minnelijke regeling te beproeven.

De nieuwe werkwijze betekent het volgende:

  • In nieuwe zaken wordt de praktijk ten aanzien van de (enkelvoudige) comparitie na aanbrengen gehandhaafd of geïntensiveerd.
  • In lopende zaken wordt na memorie van antwoord (ingeval van incidenteel appel na de memorie van antwoord in incidenteel appel) een termijn van 14 dagen  genomen om te bezien of een (veelal: meervoudige) comparitie wordt bepaald. Op de rol wordt vermeld “beslissing hof voortgang procedure”. Als een comparitie van partijen wordt bepaald, worden verhinderdata opgevraagd. Als geen comparitie wordt bepaald, komt de zaak te staan voor “beraad partijen”.
  • In zaken waarin al is gefourneerd, wordt eveneens beoordeeld of een comparitie van partijen aangewezen is. In dat geval ontvangen partijen daartoe een uitnodiging, eventueel met een op de zaak toegespitste toelichting van het doel van de comparitie.

 

Meer mondelinge behandeling, minder zittingsruimte voor pleidooien

Met deze werkwijze vinden er, conform de bedoeling van het met KEI beoogde nieuwe procesrecht, meer mondelinge behandelingen plaats. Dit heeft tot gevolg dat er minder zittingsruimte beschikbaar is voor door partijen gevraagde pleidooien en dat de planning van die pleidooien op langere termijn zal plaatsvinden dan gebruikelijk. De mogelijkheid om - op eenparig verzoek - schriftelijk pleidooi te houden door het opsturen van pleitnotities, blijft bestaan. In spoedeisende zaken zal naar verwachting het hof een comparitie gelasten. In het geval waarin dat niet is gebeurd, kunnen advocaten een pleidooi of comparitie op korte termijn vragen, met onderbouwing van de spoedeisendheid van de zaak.
 
Meer informatie over de modernisering van de rechtspraak vindt u ook op deze pagina.