Staat in gelijk gesteld in geschil over rechtspositie ambtenaren

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Staat in gelijk gesteld in geschil over rechtspositie ambtenaren
Den Haag, 23 december 2016

Het gerechtshof Den Haag gelast de minister niet om eerst met de bonden te praten, voordat hij de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren bekrachtigt. Het Haagse hof is van oordeel dat de rechter niet op deze wijze in het wetgevingsproces mag ingrijpen Het hof heeft vandaag uitspraak gedaan in een geschil waarin een aantal Ambtenarencentrales eist dat minister Plasterk met hen overleg voert over het ontwerp van de wet. De voorzieningenrechter in de rechtbank had de vordering afgewezen en het hof bekrachtigt nu in hoger beroep deze uitspraak.

In 2010 hebben 2 leden van de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel ingediend. Dit wetsvoorstel houdt in dat de meeste ambtenaren voortaan werkzaam zullen zijn op basis van een arbeidsovereenkomst en niet langer op basis van een eenzijdige aanstelling. Dit wetsvoorstel is inmiddels zowel door de Tweede als door de Eerste Kamer aanvaard. Het wetsvoorstel wordt echter pas wet als dit door de Koning is bekrachtigd, wat het geval is als de Koning en de verantwoordelijk minister het hebben ondertekend.

De Ambtenarencentrales (de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel, het Ambtenarencentrum en de Centrale van middelbare en hogere functionarissen bij overheid, onderwijs bedrijven en instellingen) willen met de minister overleggen over dit wetsontwerp dat naar hun mening een ingrijpende wijziging in hun rechtspositie meebrengt. Zij beroepen zich daarbij op de Rop-regeling, waarin de overheid zich heeft verplicht over bepaalde onderwerpen overleg te voeren met de bonden. Minister Plasterk heeft dit overleg echter niet willen voeren, omdat het in dit geval gaat om een initiatiefwetsontwerp. De Ambtenarencentrales hebben vervolgens de Staat in kort geding gedagvaard en gevorderd dat de rechter de minister alsnog gelast overleg te voeren en dat de minister het wetsontwerp niet mag bekrachtigen voordat dit overleg heeft plaatsgevonden.

Het gerechtshof heeft de Staat in het gelijk gesteld. Het oordeelt dat het de rechter niet vrijstaat op deze wijze in het wetgevingsproces in te grijpen.

Tegen het arrest van het gerechtshof staat cassatieberoep open bij de Hoge Raad.

Uitspraken

Meest gelezen berichten