Vrijspraak in zaak Kouwenhoven

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Vrijspraak in zaak Kouwenhoven
Den Haag, 10 maart 2008

Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft de Nederlandse zakenman Kouwenhoven van alle hem tenlastegelegde feiten vrijgesproken. Volgens het hof bestaat het enige rechtstreekse bewijs van wapentransporten én oorlogsmisdrijven en van de betrokkenheid van Kouwenhoven daarbij uit de verklaringen van een aantal getuigen. Van die verklaringen heeft het hof de betrouwbaarheid onvoldoende kunnen vaststellen. Wat aan bewijs resteert is veel te mager om een bewezenverklaring van de ernstige misdrijven op te kunnen baseren. Het hof heeft al met al zoveel twijfels bij het door het openbaar ministerie gepresenteerde bewijsmateriaal dat een veroordeling naar zijn oordeel op ‘drijfzand’ zou berusten. Voorts is het hof is kritisch over de wijze waarop het onderzoek door de Nationale Recherche onder de leiding van het openbaar ministerie heeft plaatsgevonden.

Aan Kouwenhoven werden door het openbaar ministerie twee soorten misdrijven verweten. Enerzijds ging het om het medeplegen van illegale leveranties van wapens aan het regime van Charles Taylor in Liberia in 2001 t/m 2003. Dit was verboden in verband met sancties van de Verenigde Naties. Anderzijds ging het om de deelneming aan oorlogsmisdrijven die door Liberiaanse troepen en/of milities werden gepleegd in de jaren 2000 t/m 2002, gedurende gewapen­de conflicten in Guinee en Liberia. Deze feiten werden de verdachte ook als ‘meerdere’ verweten, dus als verantwoordelijke voor misdragingen van zijn ondergeschikten.

Vonnis rechtbank

De rechtbank in eerste aanleg had Kouwenhoven in juni 2006 wegens vier illegale wapentransporten veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar. De rechtbank sprak hem vrij van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven. De officier van justitie had voor alle feiten 20 jaar gevangenisstraf en een geldboete van € 450.000,- geëist.

Zowel Kouwenhoven als de officier van justitie gingen van dit vonnis in hoger beroep.

In hoger beroep heeft de Nationale Recherche het opsporingsonderzoek nog voortgezet. Ook de rechter-commissaris heeft nog verschillende getuigen gehoord.

Eis OM in hoger beroep

De verdediging heeft vrijspraak van alle feiten gevraagd.

Oordeel hof

Het hof is tot de slotsom gekomen dat Kouwenhoven van alles moet worden vrijgesproken. Dit oordeel berust – kort samengevat – op de navolgende overwegingen.
Het hof heeft er op zichzelf weinig twijfel over dat tijdens de tweede Liberiaanse burgeroorlog door de strijdende partijen oorlogsmisdrijven zijn begaan en dat in verband met die strijd ook illegaal wapens zijn ingevoerd. Dát die wapens via de haven van Buchanan, zoals is tenlastegelegd, werden ingevoerd, blijkt echter uit geen enkel hard bewijs in de vorm van documenten. Evenmin is komen vast te staan dat die wapens in het Verre Oosten waren gekocht.

Het enige rechtstreekse bewijs van wapentransporten én oorlogsmisdrijven bestaat uit de verklaringen van een aantal getuigen over dergelijke misdrijven en over de betrokkenheid van de verdachte daarbij. De betrouwbaarheid van die getuigenverklaringen heeft het hof echter onvoldoende kunnen vaststellen. Zo verklaren getuigen over feiten waarvan vaststaat dat die nooit hebben kunnen plaatsvinden en verklaren zij onderling tegenstrijdig. Sommige getuigen wisselen hun verklaring op belangrijke onderdelen en vele verklaringen zijn anderszins niet erg geloofwaardig. Wat aan bewijs resteert is veel te mager om een bewezenverklaring van de ernstige misdrijven op te kunnen baseren. Het hof heeft al met al zoveel twijfels bij het door het openbaar ministerie gepresenteerde bewijsmateriaal dat een veroordeling naar zijn oordeel op ‘drijfzand’ zou berusten.

Het hof spreekt in zijn arrest nog zijn zorg uit over de weinig kritische wijze waarop het onderzoek door de Nationale Recherche onder de leiding van het openbaar ministerie heeft plaatsgevonden. De getuigenverklaringen zijn in vrijwel geen enkel opzicht aan de feitelijke situatie getoetst, ook niet toen de verdediging op tal van onjuistheden en tegenstrijdigheden wees. Bovendien is alle ontlastende informatie die de verdediging inbracht, vergaand genegeerd. Het hof is van oordeel dat aldus aan de waarheidsvinding ernstig tekort is gedaan.

Uitspraken

Meest gelezen berichten