Hof beslist over spreekrecht en onderzoekswensen in zaak rond dood Eindhovens meisje in 1995

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > Hof beslist over spreekrecht en onderzoekswensen in zaak rond dood Eindhovens meisje in 1995
's-Hertogenbosch, 31 maart 2017

In de zaak over de dood van het Eindhovense meisje in 1995 heeft het hof vandaag beslist over de verzoeken van de nabestaanden met betrekking tot hun spreekrecht. Ook heeft het hof beslist over de onderzoekswensen van de verdediging.

Hof kent spreekrecht toe aan stieffamilie

  • Het hof constateert allereerst dat onder de huidige wetgeving, naar de letter genomen, het toekennen van het spreekrecht aan de juridische vader, de stiefmoeder en de stiefzus van het slachtoffer niet mogelijk is. Ook de jurisprudentie van de Hoge Raad biedt die mogelijkheid niet. Het is aan de wetgever om (door een wetswijziging) aan te geven wie als spreekgerechtigde is aan te merken.
  • Toch ziet het hof aanleiding om het spreekrecht toe te kennen. In de Tweede Kamer is herhaaldelijk het voornemen uitgesproken om de kring van spreekgerechtigden uit te breiden. Ook de toenmalige Staatssecretaris en Minister van Veiligheid en Justitie hebben dat voornemen ondersteund. Wel is daaraan toegevoegd dat nader onderzoek wenselijk is naar de precieze gevolgen van zo’n regeling. In deze zaak is het verder bijzonder dat bijna al degenen die willen spreken tijdens het proces geen bloedverwanten van het slachtoffer zijn. Ook ziet het hof in dat verdediging en OM geen bezwaren hebben tegen het spreekrecht.
    Al met al komt het hof – anders dan de rechtbank – tot de beslissing in deze zaak spreekrecht toe te kennen aan de juridische vader, stiefmoeder en stiefzus.
  • Het hof staat het spreekrecht toe voorafgaand aan het requisitoir. Het hof staat echter geen spreekrecht in twee termijnen toe. Door de veranderde wetgeving hebben slachtoffers of nabestaanden wel een sterkere positie gekregen in het strafproces. Maar zij hebben als procesdeelnemer in het strafproces een andere rol dan de twee procespartijen; dat leidt het hof af uit de Nederlandse en Europese regels. De nabestaanden hebben dus het recht om gehoord te worden, maar het recht op wederhoor (een tweede termijn) is volgens het hof bij spreekrecht niet aan de orde.

 

Onderzoekswensen

  • Het OM overweegt via een zogenoemde ‘Ikea-proef’ onderzoek te doen naar een haar op de jas van het slachtoffer. Het hof spreekt zich daar nog niet over uit.
  • Het hof wijst de wens van de verdediging af om deskundige R. Eikelenboom opnieuw een sporenonderzoek te laten uitvoeren en hem daarover te horen. Gelet op de bezwaren van het OM met betrekking tot deze deskundige volgt het hof de wens van de verdediging op dit punt niet.
  • Er is echter wel een belang voor de verdediging bij het gevraagde onderzoek, namelijk een evaluatie van het mogelijk verslepen van sporen c.q. onderzoek op activiteitenniveau. Daarom ziet het hof wel aanleiding om de mogelijkheid van een dergelijk sporenonderzoek te laten onderzoeken. Het hof zal de raadsheer-commissaris laten nagaan of het mogelijk is om dat onderzoek door een andere DNA-deskundige te laten uitvoeren.
  • Verder wijst het hof de verzoeken van de verdediging af om een Amerikaanse deskundige te horen, en om een gedragsanalyse/daderprofiel te laten toevoegen aan het procesdossier. Het hof wijst wel toe het verzoek om stukken over de stiefbroer en de medische toestand van het slachtoffer te laten toevoegen aan het procesdossier.

 Meer informatie over deze zaak staat in het online dossier.

Uitspraken

Meest gelezen berichten