In hoger beroep celstraf én tbs voor incest Swalmen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > In hoger beroep celstraf én tbs voor incest Swalmen
's-Hertogenbosch, 13 december 2018

Een 54-jarige man uit het Limburgse Swalmen is in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar én tbs met dwangverpleging voor het langdurig misbruiken en verkrachten van zijn zwakbegaafde dochter. Ook moet hij haar een schadevergoeding betalen van ruim 20.000 euro. De rechtbank Limburg veroordeelde de man eerder tot een celstraf van 10 jaar en het betalen van een schadevergoeding van 15.000 euro, maar legde geen tbs op.

Jarenlang misbruik

Het hof vindt, net zoals de rechtbank, dat er genoeg bewijs is dat de man zijn dochter van haar 14e tot haar 27e heeft misbruikt en verkracht. Hij heeft toen een kind bij haar verwekt. De man ontkent het misbruik en de verkrachtingen. Volgens hem was het seksueel contact vrijwillig én begon het pas toen zijn dochter 21 jaar oud was. Het hof gelooft dat niet en baseert zich daarbij niet alleen op de verklaringen van de dochter, maar ook op die van andere personen die nauw bij het gezin betrokken waren (onder andere de moeder en een leraar van het slachtoffer, de wijkagent en de moeder van de verdachte). Uit die verklaringen tekent zich een patroon af van jarenlang verbaal en fysiek geweld, vernederingen en extreem controlerend gedrag van de man jegens zijn dochter.

Vrijspraak van ontucht met ander meisje

De man werd ook beschuldigd van ontucht met de dochter van een ex-partner, terwijl zij aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd. Hiervan spreekt het hof hem vrij. Het hof heeft namelijk niet kunnen vaststellen dat dit meisje, ten tijde van deze ontucht, aan de zorg en/of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd. Zij woonde bijvoorbeeld op een ander adres dan dat van de verdachte. Daar komt bij dat zij 16-17 jaar oud was ten tijde van de seksuele contacten met de verdachte, maar dat zij noch haar moeder (als wettelijk vertegenwoordiger) ooit aangifte hebben gedaan tegen de man. Als 16-jarige heeft de stiefdochter een kind van de man gekregen. Later is zij met hem getrouwd en kregen zij samen nog 2 kinderen.

Tbs met dwangverpleging

Tijdens het strafproces bij de rechtbank is de verdachte 6 weken in het Pieter Baan Centrum opgenomen geweest. Hij heeft toen geen medewerking verleend aan onderzoek waardoor er geen conclusies over zijn psychische gesteldheid getrokken konden worden. Tijdens het hoger beroep zijn de onderzoekers van toen door het hof gehoord. Zij moesten hun informatie te halen uit eerdere onderzoeken (uit 2005, 2007 en 2008 in een andere zedenzaak tegen verdachte), het milieuonderzoek en de groepsobservatie. De onderzoekers stellen dat de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis en de verminderde intelligentie die in de eerder onderzoeken is gesteld, overeen komt met het beeld dat zij van verdachte hebben verkregen. Verder verklaarden zij dat de gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis niet ‘vanzelf’ over gaat. Aangezien de man hier nooit voor behandeld is, gaat het hof er dan ook vanuit dat deze stoornis nog steeds aanwezig is. Ook vindt het hof, uitgaande van de eerdere onderzoeken, dat er sprake is van recidivegevaar. Daarom legt het hof de man tbs met dwangverpleging op.

Straf

De verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit van zijn dochter. Dat het misbruik heeft plaatsgevonden in haar eigen (ouderlijke) woning en dat hij haar vader is – iemand bij wie zij zich veilig zou moeten kunnen voelen – maakt de impact voor haar des te groter. Het slachtoffer is hierdoor psychisch ernstig beschadigd. De verdachte heeft op geen enkele manier rekening gehouden met zijn dochter en heeft zich alleen maar bekommerd om het bevredigen van zijn eigen lustgevoelens. Het hof rekent hem dit zeer aan en vindt daarom een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

Schadevergoeding

De dochter heeft naast een vergoeding voor reiskosten tevens een schadevergoeding geëist van 20.000 euro voor geleden immateriële schade. De rechtbank Limburg heeft die toegewezen tot een bedrag van ruim 15.000 euro. Tijdens het hoger beroep is aangevoerd dat zij aanzienlijke emotionele schade heeft geleden en kampt onder meer met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Ze heeft nog dagelijks last van herbelevingen, heeft een laag zelfbeeld, is angstig voor de verdachte en zijn familie, heeft weinig sociale contacten en is onzeker over haar lichaam. Het hof wijst nu het volledige bedrag van 20.000 euro toe. Dat betekent dat de verdachte een schadevergoeding moet betalen van ruim 20.000 euro.

Uitspraken

Meest gelezen berichten