Het gaat in deze zaken om 3 vreemdelingen, 1 uit Afghanistan en 2 uit Eritrea. Zij hebben gebruik willen maken van een gunstige regeling voor gezinshereniging die geldt voor gezinsleden van vreemdelingen met een asielvergunning. Op grond van deze regeling hadden zij binnen 3 maanden nadat hun gezinslid in Nederland een asielvergunning kreeg, om gezinshereniging moeten vragen. Zij hebben hun aanvragen echter te laat ingediend. De staatssecretaris heeft de aanvragen daarom afgewezen.
De vreemdelingen zijn het daarmee niet eens en vinden dat de staatssecretaris rekening had moeten houden met hun persoonlijke omstandigheden. Zij kunnen nu alleen nog gebruikmaken van de reguliere procedure om herenigd te worden met hun gezinsleden in Nederland, maar die regeling is minder gunstig.