Vijf vragen en antwoorden over opleggen van ISD-maatregel

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Vijf vragen en antwoorden over opleggen van ISD-maatregel
Den Haag, 16 oktober 2014

Naar aanleiding van een aantal onderzoeken (rijksoverheid.nl) dat vandaag is gepubliceerd, is er in de media veel aandacht voor de ISD-maatregel. Wat is dat eigenlijk en hoe gaan rechters daarmee om? Vijf vragen en antwoorden.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een combinatie van detentie en behandeling die de rechter voor maximaal twee jaar kan opleggen op vordering van het Openbaar Ministerie (OM). De ISD-maatregel is gericht op zogeheten draaideurcriminelen: zeer actieve veelplegers van vooral kleine criminaliteit. Vaak gaat het om verslaafden en mensen met psychische problemen. Het is vooral de behandeling die kan helpen voorkomen dat veroordeelden na hun vrijlating in oude, slechte gewoontes vervallen.

Hoe vaak legt de rechter de ISD-maatregel op?

Zo’n driehonderd keer per jaar en uitsluitend op vordering van de officier van justitie die voor ISD-geschikte zaken bij de rechter aandraagt.

Klopt het dat rechters bedenkingen hebben bij de ISD-maatregel?

Rechters hebben geen bedenkingen bij het instrument, wel bij de uitvoeringspraktijk. De reden is dat de behandeling van de veroordeelden in veel gevallen onvoldoende uit de verf komt. Dat blijkt onder meer uit onderzoek (ivenj.nl) van de Inspectie van het ministerie van Veilgheid en Justitie. Rechters moeten erop kunnen vertrouwen dat de maatregel in de praktijk zo wordt uitgevoerd als die bedoeld is: als combinatie van detentie en behandeling. Juist dan levert de ISD-maatregel namelijk het meeste op.

Uit een van de onderzoeken blijkt volgens het ministerie dat de ISD-maatregel tot 10 procent minder recidive leidt. Hoe kijkt de Rechtspraak daar tegenaan?

Dat is interessante informatie. En mogelijk dat de recidive nog verder omlaag kan als er meer werk wordt gemaakt van de behandeling in detentie. Overigens is effectiviteit niet het enige waar de rechter naar kijkt bij het opleggen van een sanctie. Die moet natuurlijk ook in verhouding staan tot de zwaarte van de gepleegde delicten. Ook houdt de rechter rekening houdt met eerdere recidive en gedragsinterventies die kennelijk niet hebben geholpen. Bij de ISD-maatregel kan iemand maximaal twee jaar opgesloten worden voor relatief lichte feiten waarvoor je normaal geen twee jaar cel krijgt. Daarom moet de rechter ervan overtuigd zijn dat de behandeling tijdens detentie echt plaatsvindt.

Wat vindt de Rechtspraak van de stelling dat rechters de ISD-maatregel te weinig zouden opleggen?

De Rechtspraak herkent zich niet in dat beeld. De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die rechters zo’n driehonderd keer per jaar opleggen. In het algemeen is het zo dat de rechter erop let of een straf passend is, met het beste effect op de dader en de samenleving. Hij is daarbij onafhankelijk en onpartijdig. De ISD-maatregel kan volgens de wet alleen kan worden opgelegd als het OM dat heeft gevorderd. Dat is dus de eerste stap naar een eventueel ruimere toepassing van de ISD-maatregel.

Uitspraken

Meest gelezen berichten