Vragen en antwoorden over roekeloos rijgedrag

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Vragen en antwoorden over roekeloos rijgedrag
Den Haag, 23 januari 2017

Strafrechters herkennen het beeld dat onderzoekers schetsen van de strenge criteria die de Hoge Raad hanteert voor een veroordeling voor roekeloos rijden – de ernstigste vorm van schuld. Doordat de hoogste rechter deze strenge criteria hanteert, worden maar weinig mensen door rechters veroordeeld wegens roekeloos rijden. Slachtoffers en nabestaanden ervaren dit als teleurstellend. Strafrechters discussiëren onderling over de vraag of de criteria door de Hoge Raad niet te streng worden gehanteerd. Uit onderzoek in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp blijkt dat 65 procent van de slachtoffers en nabestaanden straffen in verkeerszaken te laag vindt. 6 vragen en antwoorden.

​Wat zijn de criteria die de Hoge Raad hanteert voor een veroordeling voor roekeloos rijden?

Dat zijn er 3: een verdachte moet zich buitengewoon onvoorzichtig hebben gedragen, door zijn gedrag moet hij een zeer ernstig gevaar hebben veroorzaakt en hij moet zich ervan hiervan bewust zijn geweest, of had dat moeten zijn (dit blijkt onder meer uit de arresten ECLI:NL:HR:2013:959 en ECLI:NL:HR:2013:964). Pas als de rechter in de ogen van de Hoge Raad voldoende motiveert dat dit allemaal het geval was bij een verkeersdelict, is roekeloos rijden bewezen. Voor roekeloos rijden wordt gevangenisstraf opgelegd. Het is een paar keer voorgekomen dat een rechter roekeloos rijden bewezen achtte, waarna de Hoge Raad anders besliste (dit wil overigens niet zeggen dat dan geen gevangenisstraf werd opgelegd). Rechters moeten zich houden aan uitspraken van de Hoge Raad, de hoogste rechter.

Zijn er voorbeelden te geven van zaken waarbij veroordelingen voor roekeloos rijden wel standhielden bij de Hoge Raad?

Ja. De eerste zaak is bekend geworden als de ‘Tilburgse kat-en-muis-zaak’ waarbij een verkeersdeelnemer een andere deelnemer aan het verkeer opjoeg, met fatale gevolgen (ECLI:NL:HR:2013:959). In de tweede zaak ging het om een snelheidswedstrijd in Utrecht (ECLI:NL:HR:2013:1554) en in de derde zaak om een wedstrijdachtige achtervolging (ECLI:NL:HR:2014:3620) (zie ook Door roekeloosheid getriggerd (pdf, 0 B)). In deze zaken vond de Hoge Raad voldoende bewezen dat de verdachten zich bewust waren, of hadden moeten zijn, van het gevaar dat zij veroorzaakten. In andere gevallen vond de Hoge Raad wel dat de feiten aanleiding waren voor strafverhoging, maar dat geen sprake was van roekeloosheid. Een probleem hierbij is ook dat de term ‘roekeloos’ in het dagelijks spraakgebruik een andere betekenis heeft dan in de juridische wereld, aldus de Hoge Raad. Dit zorgt voor onbegrip bij het publiek.

Waarom zijn uitspraken in verkeerszaken vaak zo moeilijk te begrijpen?

Het kleinste foutje in het verkeer kan grote gevolgen hebben. Zeker als er dodelijke slachtoffers zijn, is het moeilijk te accepteren dat de veroorzaker van een ongeval relatief licht wordt gestraft. Maar een ongeluk kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat een bestuurder een seconde is afgeleid door jengelende kinderen op de achterbank. Of doordat hij per ongeluk geen voorrang verleende, omdat hij een verkeersbord niet zag. Dit kan - helaas - iedereen overkomen, ook de van nature voorzichtige automobilist. Zo’n bestuurder heeft niet de bedoeling een ongeluk te veroorzaken, en al helemaal niet om iemand te doden. Als er ‘slechts’ sprake is van onoplettendheid, dan zal de rechter dit vanzelfsprekend anders beoordelen dan wanneer iemand te veel heeft gedronken en te hard heeft gereden. Het is de taak van de rechter om steeds te kijken of iemand het gedaan heeft en zo ja, met welke mate van verwijtbaarheid. Daarbij kan hij zich niet altijd laten leiden door de gevolgen van een ongeluk, hoe moeilijk dat ook is voor slachtoffers en nabestaanden. Veroorzakers van dodelijke verkeersongevallen zijn bovendien bijna altijd enorm aangeslagen door het leed dat zij veroorzaakten, ongeacht de straf die zij krijgen.

Veel mensen vinden dat in verkeerszaken eerder veroordelingen zouden moeten volgen voor opzet of roekeloosheid. Wat kunnen rechters daarmee?

De rechter moet zich houden aan de wet en de uitleg die de hoogste rechter aan die wet geeft. De wetgever is dus aan zet als er iets moet worden veranderd. Hiervoor is een politieke meerderheid nodig.

Welke factoren zijn doorslaggevend voor de hoogte van de straf in verkeerzaken?

De doorslaggevende vraag is of de verdachte ‘aanmerkelijke schuld’ heeft. Als er doden zijn te betreuren, ligt de vraag voor of het om ‘dood door schuld in het verkeer’ gaat. Als de rechter die schuld bewezen acht, heet het een misdrijf. Dat leidt gemiddeld tot relatief zware straffen. Er bestaan drie categorieën van verwijtbaarheid, oplopend in ernst en strafhoogte: onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag (bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is), een grove verkeersfout (bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordels laten dragen) en roekeloos rijden. De rechter bepaalt steeds per zaak welke categorie van toepassing is. Wanneer de bestuurder niet schuldig blijkt, zal de rechter bekijken of hij wel gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld wanneer hij zonder opzet een fietser over het hoofd ziet. Dat heet juridisch een overtreding en daar staat gemiddeld een duidelijk lagere straf op.

Welke straffen kan de rechter opleggen bij een dodelijk verkeersongeluk?

Dat varieert van een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding, dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens 2 maanden hechtenis en 3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is 2 jaar. Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en 20.250 euro boete. Bij roekeloos rijgedrag is het strafmaximum voor een dodelijk ongeluk hoger dan bij lagere categorieën van schuld: 6 jaar gevangenisstraf in plaats van 3 jaar. Beide maxima kunnen door de rechter met de helft worden verhoogd als sprake is van extreem gevaarlijk rijgedrag (bijvoorbeeld een wilde achtervolging en/of excessief drankgebruik). Zo kan de 6 jaar cel voor roekeloos rijgedrag worden opgehoogd tot 9 jaar.

Uitspraken

Meest gelezen berichten