Beslissing als bedoeld in artikel 3.8 van de Persrichtlijn

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Beslissing als bedoeld in artikel 3.8 van de Persrichtlijn
Amsterdam, 05 februari 2018

De rechtbank heeft bepaald dat van de ondervraging van verdachte noch visuele, noch audio opnamen gemaakt mogen worden. Hieronder volgt de motivatie van deze beslissing.

Het gaat hier om een omvangrijk proces waarmee vele zittingsdagen gemoeid zullen zijn. In dit proces zal de rechtbank beginnen met, zoals gebruikelijk, het ondervragen van verdachte. Met name zullen aan de orde komen de verklaringen die door verdachte eerder zijn afgelegd over relevante gebeurtenissen. 

Daarna zal de rechtbank een aantal getuigen gaan horen, onder meer over diezelfde gebeurtenissen. Vervolgens zal de rechtbank de onderzoeksbevindingen in de verschillende deelonderzoeken aan verdachte voorhouden.

Goede rechtspleging

Waarheidsvinding

De rechtbank wil de waarheidsvinding dienen, zoveel als in haar macht ligt en zonder de openbaarheid van de zitting geweld aan te doen.
 
Nu de rechtbank getuigen gaat horen nadat zij verdachte heeft ondervraagd, acht de rechtbank het, gelet op de waarheidsvinding, onwenselijk dat deze getuigen, direct en één op één, kennis kunnen nemen van wat de verdachte hier verklaart. Daarbij is de rechtbank zich ervan bewust dat via andere media de strekking en delen van de inhoud van de verklaring van verdachte naar buiten zullen komen. De rechtbank is echter van oordeel dat die communicatie over de verklaring van verdachte niet gelijk gesteld kan worden aan het kennisnemen van audiovisuele opnamen van die verklaring zelf. 

Audiovisuele opnamen

Dat betekent dus dat van de ondervraging van verdachte noch visuele, noch audio opnamen gemaakt mogen worden.
 
Deze beslissing heeft ook tot gevolg dat de rechtbank niet zal toestaan dat getuigen die nog ter zitting gehoord moeten gaan worden, de ondervraging van verdachte en andere getuigen bijwonen, zolang zij zelf nog niet als getuige door de rechtbank zijn gehoord.

​Persrichtlijn artikel 3.5.5

Ook van de verdachte mogen zonder zijn/haar toestemming geen beeldopnames worden gemaakt. Zijn/haar stem mag wel worden opgenomen. In het geval dat de verdachte daartegen bezwaar maakt, kan de Persrichtlijn artikel 3.5.5 rechter het maken van opnames van de stem van de verdachte verbieden of beslissen dat de stem van de verdachte moet worden vervormd.

Persrichtlijn artikel 3.8

 Als de rechter een verzoek voor het maken van beeld- en geluidsopnames van delen van een zitting en/of rechtstreekse uitzending afwijst, zal hij dit motiveren. Hierbij weegt hij het belang van de openbaarheid af tegen onder andere onderstaande belangen:
• het maken van beeld- en geluidsopnames mag geen belemmering vormen voor een goede rechtspleging (bijvoorbeeld voor de waarheidsvinding)

Uitspraken

Meest gelezen berichten