Laden...

IRK ziet af van overlevering Poolse verdachte

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > IRK ziet af van overlevering Poolse verdachte
Amsterdam, 10 februari 2021

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft vandaag afgezien van de overlevering van een 33-jarige Pool die in zijn geboorteland wordt verdacht van handel in en invoer van drugs. De IRK oordeelt dat er een reëel gevaar bestaat dat zijn grondrecht op een eerlijk proces zal worden geschonden als hij in Polen terecht moet staan.

Prejudiciële vragen aan het EU Hof

In deze en andere Poolse overleveringszaken oordeelde de IRK eerder dat er in Polen sprake is van systemische gebreken in de rechtsorde, waardoor de Poolse wetgeving niet langer de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht waarborgt. In deze en één andere overleveringszaak stelde de IRK vorig jaar aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de prejudiciële vraag of deze gebreken moeten leiden tot een automatische weigering van Poolse overleveringsverzoeken. Het Hof beantwoordde deze vraag afgelopen december afwijzend en oordeelde dat een overleveringsverzoek alleen mag worden geweigerd wanneer er in het individuele geval concrete en zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat het recht op een eerlijk proces zal worden geschonden.

Systemische gebreken in de Poolse rechtsorde

Op 27 januari 2021 kwam de IRK in de andere zaak waarin prejudiciële vragen waren gesteld al tot het oordeel dat het arrest van het Hof van Justitie geen aanleiding geeft om terug te komen op het oordeel dat er sprake is van systemische gebreken in de rechtsorde van Polen (zie dit persbericht en ECLI:NL:RBAMS:2021:179). De rechtbank herhaalt deze overweging in de uitspraak van vandaag.

Gevolg in dit geval: beëindiging overleveringsprocedure

Net als in de uitspraak van 27 januari heeft de rechtbank vervolgens onderzocht of er concrete en zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een eerlijk proces zal worden geschonden. In de uitspraak van 27 januari werd deze vraag ontkennend beantwoord en werd de overlevering toegestaan. In de zaak van vandaag komt de IRK tot het oordeel dat de 33-jarige Pool dit gevaar wel loopt en dat daarom van overlevering moet worden afgezien.

Zaak heeft bijzondere belangstelling in Polen

De rechtbank overweegt dat het gevaar bestaat dat de rechters die in Polen over de strafzaak van de opgeëiste persoon moeten oordelen, onder meer door de kans op disciplinaire procedures, niet in vrijheid kunnen beslissen. In de rechtbank die zal gaan oordelen in de strafzaak tegen de opgeëiste persoon is sprake van tuchtprocedures tegen ten minste twee rechters. Eén van deze twee rechters is de president van de rechtbank. De tuchtprocedures worden uitgevoerd door een tuchtkamer waarvan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet is gegarandeerd. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de zaak van de 33-jarige Pool als gevolg van de prejudiciële vraag aan het Hof niet alleen de brede belangstelling heeft gewekt van politiek en media in Polen maar ook de bijzondere belangstelling van tot de uitvoerende macht behorende Poolse autoriteiten. Hiervan getuigt onder andere een memo van de procureur-generaal aan alle Poolse officieren van justitie, waarin over deze specifieke zaak wordt gesproken. Vragen van de rechtbank aan de Poolse autoriteiten omtrent de situatie in Polen zijn bovendien maar deels beantwoord. De IRK oordeelt dat door al deze factoren het gevaar bestaat dat de systemische gebreken daadwerkelijk in de procedure van de opgeëiste persoon zullen doorwerken. Daarom ziet de rechtbank in dit geval af van overlevering aan Polen.

Meer informatie

Voor meer informatie, bel de afdeling Voorlichting & Communicatie van de rechtbank Amsterdam, telefoonnummer: 088-3611440, of stuur een e-mail naar info.rechtbankamsterdam@rechtspraak.nl.

Uitspraken