Rechtbank Amsterdam stelt prejudiciële vragen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Rechtbank Amsterdam stelt prejudiciële vragen
Amsterdam, 30 juli 2018

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft op 27 juli 2018 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU gesteld over de uitleg van Unierecht. De zaak betreft een Brits Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat strekt tot strafvervolging.

Schorsing van de overleveringsdetentie?

De betrokkene bevindt zich in overleveringsdetentie en is vluchtgevaarlijk. Volgens artikel 22, vierde lid, van de Overleveringswet moet de rechtbank de detentie schorsen als deze meer dan 90 dagen na de aanhouding heeft geduurd en zij nog geen definitieve beslissing over het EAB heeft kunnen nemen. Deze termijn verstreek voor betrokkene op 4 juli 2018.

Eerder dit jaar heeft een Ierse rechter prejudiciële vragen gesteld over de gevolgen van de brexit voor overlevering aan Groot-Brittannië. De antwoorden op deze vragen kunnen van belang zijn voor de beslissing op het Britse EAB dat de rechtbank in behandeling heeft. Daarom heeft de rechtbank op 14 juni 2018 het onderzoek aangehouden in afwachting van de beantwoording van die vragen (ECLI:NL:RBAMS:2018:4161). 

De raadsvrouw heeft verzocht de overleveringsdetentie te schorsen met ingang van 4 juli 2018 met een beroep op artikel 22, vierde lid, Overleveringswet.

Volgens vaste rechtspraak van de rechtbank en het Hof Amsterdam brengt de beslissing om de beantwoording van prejudiciële vragen af te wachten niet mee dat de overleveringsdetentie van de betrokkene moet worden geschorst zodra deze detentie vanaf zijn aanhouding 90 dagen heeft geduurd en de rechtbank nog geen definitieve beslissing over het EAB heeft kunnen nemen. In een dergelijk geval schort de rechtbank de termijn van 90 dagen op. Volgens de rechtbank is dit voor betrokkene voorzienbaar geweest.

Strijd met artikel 6 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?

De rechtbank wil van het Hof van Justitie weten of voortzetting van de overleveringsdetentie nadat de termijn van 90 dagen is verstreken in een geval als dat van betrokkene in strijd is met artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (recht op vrijheid), in het bijzonder met het daarin gewaarborgde rechtszekerheidsbeginsel.

Meer informatie

Voor meer informatie, bel de afdeling Voorlichting & Communicatie van de rechtbank Amsterdam, telefoonnummer: 088-3611440 of stuur een e-mail.

Uitspraken

Meest gelezen berichten