Zaak Wilders gaat door

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Zaak Wilders gaat door
Den Haag, 14 oktober 2016

Het openbaar ministerie (OM) is ontvankelijk in de strafvervolging van de heer Wilders, zo oordeelt de rechtbank Den Haag. De rechtbank verwerpt de preliminaire verweren van de verdediging. Dit betekent dat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op maandag 31 oktober 2016 begint.

Inleiding oordeel rechtbank

De lat ligt hoog als het er om gaat het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Dat geldt zeker als het de beslissing van het OM betreft om een zaak aan de rechter voor te leggen. Dit volgt uit zowel de wet als uit eerdere rechterlijke uitspraken.

Uitlatingsvrijheid politici

Uit eerdere rechterlijke uitspraken op Europees niveau volgt dat aan volksvertegenwoordigers enerzijds een ruime uitingsvrijheid moet worden gegund. Anderzijds moeten juist politici vanwege hun belangrijke maatschappelijke functie vermijden dat zij in hun openbare uitingen de intolerantie voeden. Waar de grens tussen beiden ligt, is onderwerp van debat in deze Nederlandse rechtszaak. De eerdere uitspraken op Europees niveau leiden naar het oordeel van de rechtbank Den Haag niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het is aan de rechter om uiteindelijk, op basis van de specifieke omstandigheden van deze zaak en naar aanleiding van het inhoudelijke debat, tot een oordeel te komen waar hier de grens ligt.

Politieke vrijheid

De rechtbank ziet – anders dan de verdediging – niet in dat strafrechtelijke vervolging van de heer Wilders betekent dat daarmee de politieke vrijheid van hem en/of zijn partij wordt ingeperkt en een schending van artikel 11 van het EVRM oplevert, laat staan dat het openbaar ministerie een dergelijk doel voor ogen had. Of de uitlatingen van de heer Wilders, op zichzelf dan wel binnen een bepaalde context, al dan niet strafbaar zijn, dient aan de orde te komen bij het inhoudelijke debat over hetgeen hem wordt verweten en niet bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Gelijkheidsbeginsel

De verdediging heeft gewezen op het niet vervolgen van andere politici voor het doen van bepaalde uitlatingen over Marokkanen. Deze uitlatingen kunnen, vanwege de afwijkende tijd, plaats en/of context, naar het oordeel van de rechtbank echter nìet op een lijn worden gesteld met de uitlatingen van de heer Wilders. Het zijn niet gelijke gevallen en daarom is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

Vertrouwensbeginsel

Volgens de rechtbank is ook het vertrouwensbeginsel niet geschonden. De omstandigheid dat Wilders de afgelopen 9 jaren niet is vervolgd voor zijn uitlatingen of het uitdragen van partijstandpunten van de PVV over Marokkanen, betekent nog niet dat daarmee het gerechtvaardigd vertrouwen kan zijn gewekt dat hij nóóit voor enige uitlating over Marokkanen zou worden vervolgd.

Vordering benadeelde partijen

Van de 61 ingediende vorderingen van benadeelde partijen, zal de rechtbank 21 vorderingen niet behandelen. De reden daarvoor is dat in enkele gevallen geen schadebedrag is vermeld. In de overige gevallen is de rechtbank, gelet op de aard en/of de omvang van de gevorderde schadevergoeding, zonder nader onderzoek van oordeel dat deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn. Er blijven 40 vorderingen over die de rechtbank zal beoordelen tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak.


 

Meer weten over de zaak Wilders?

Uitspraken

Meest gelezen berichten