Verdachte in zaak Nicky Verstappen voor 14 dagen in bewaring gesteld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Verdachte in zaak Nicky Verstappen voor 14 dagen in bewaring gesteld
Maastricht, 06 september 2018

Begin juni 2018 is een DNA-match gevonden in de zaak Nicky Verstappen. Een 55-jarige man, Jos B., kwam daardoor in beeld als verdachte in deze zaak. Op 9 augustus 2018 heeft de officier van justitie bij de rechtbank een vordering tot “rauwelijkse bewaring” ingediend. De rechter-commissaris van de rechtbank Limburg heeft deze vordering dezelfde dag toegewezen. De inbewaringstelling is voor de maximale wettelijke duur van 14 dagen en gaat in op het moment dat de verdachte zich in een Nederlandse cel bevindt.

Hieronder een aantal vragen en antwoorden over deze zaak.

Wat is een rauwelijkse bewaring?

Doorgaans wordt een verdachte aangehouden, vervolgens voor 3 dagen in verzekering gesteld om daarna aan de rechter-commissaris (rc) te worden voorgeleid. De rc kan de verdachte dan op vordering van de officier van justitie in bewaring stellen. Een rauwelijkse inbewaringstelling is een inbewaringstelling zonder dat iemand eerst in verzekering is gesteld.

Kan iemand die niet aanwezig is toch in bewaring worden gesteld?

Ja, dat kan. De verdachte moet eigenlijk voorafgaand aan de beslissing op de vordering tot inbewaringstelling gehoord worden. De wet zegt echter dat als dat verhoor niet kan worden afgewacht, ook zonder dat verhoor, een verdachte in bewaring kan worden gesteld. Wel moet de verdachte dan, zodra hij zich in een (Nederlandse) cel bevindt, binnen 24 uur gehoord worden door de rechter-commissaris.

Is de verdachte al gehoord en wat heeft de verdachte tegen de rechter-commissaris gezegd?

De verdachte wordt vrijdag 7 september 2018 gehoord door de rechter-commissaris. Dat is binnen de termijn van 24 uur. Over de vraag of en wat de verdachte heeft verklaard, zal de rechtbank op dit moment, in het belang van het onderzoek, geen uitspraak doen. 

Waarom kon het verhoor hier niet worden afgewacht alvorens de verdachte in bewaring te stellen?

Het verhoor kon niet worden afgewacht, omdat de verdachte vermist of voortvluchtig was. Maar op 9 augustus ontving de rechtbank wel een vordering van de officier van justitie waarop beslist moest worden. Uit de berichtgeving door het Openbaar Ministerie is duidelijk geworden dat er op 9 augustus een vordering is ingediend. Dit om het risico te ondervangen, dat een deel van de feiten waarvan Jos B. verdacht wordt, zou verjaren. Verjaring kan worden voorkomen door zogeheten “vervolgingsdaden”. Het vorderen van een inbewaringstelling is zo’n vervolgingsdaad.

Hoe is de rechter-commissaris tot zijn oordeel gekomen?

Een bevel tot inbewaringstelling kan alleen worden afgegeven als er meer is dan alleen een verdenking. Er moet sprake zijn van, zoals dat heet, “ernstige bezwaren”. De rechter-commissaris is van oordeel dat er tegen Jos B. ernstige bezwaren bestaan. Het belangrijkste daarbij is de DNA-hit. Wat ook een rol speelt, is dat de verdachte in de nacht van 11 op 12 augustus 1998 in de buurt van de Brunssummerheide is geweest en dat hij over de reden van zijn aanwezigheid toen bij de politie wisselend heeft verklaard.
Naast ernstige bezwaren moeten, om te komen tot een bevel bewaring, ook een of meer in de wet genoemde redenen aanwezig zijn om de verdachte in bewaring te stellen. In deze zaak zijn die wettelijke redenen aanwezig.
Naar het oordeel van de rechter-commissaris was er sprake van vluchtgevaar, van een ernstig strafbaar feit waardoor de rechtsorde ernstig geschokt is en van gevaar voor herhaling. Het vluchtgevaar heeft te maken met het feit dat de verdachte begin dit jaar is verdwenen en zich kennelijk lange tijd onvindbaar kon houden. Het gevaar op herhaling leidt de rechter-commissaris af uit het dossier waaruit naar voren komt dat de verdachte mogelijkerwijs een voorkeur heeft voor jonge jongens. Daarbij moet bij de verdenking van een zedendelict het risico op herhaling altijd heel serieus worden genomen. Dat Jos B. verdacht wordt van feiten waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt, zal duidelijk zijn.

Wat gaat er nu verder gebeuren?

Als de officier van justitie Jos B. langer dan 14 dagen vast wil houden, kan hij een vordering tot gevangenhouding indienen bij de rechtbank. De raadkamer van de rechtbank, die uit 3 rechters bestaat, zal dan gaan oordelen of Jos B. nog langer vast moet blijven zitten.

Uitspraken

Meest gelezen berichten