Advocate krijgt inbeslaggenomen stukken in onderzoek illegaal gokken niet terug

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Advocate krijgt inbeslaggenomen stukken in onderzoek illegaal gokken niet terug
's-Hertogenbosch, 24 april 2015

Een 50-jarige advocate van een kantoor in Noord-Holland krijgt inbeslaggenomen schriftelijke stukken vooralsnog niet terug. De rechtbank Oost-Brabant besliste vandaag dat het Openbaar Ministerie de stukken in beslag mocht nemen.

De advocate werd in april vorig jaar aangehouden op verdenking van oplichting, valsheid in geschrifte, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De strafzaak tegen de advocate maakt deel uit van het grootschalig politieonderzoek Rykiel, dat zich richt op onder andere het illegaal aanbieden van online gokspelen. Op de dag van haar aanhouding doorzocht justitie het advocatenkantoor van de vrouw en een kantoor waar zij eerder had gewerkt. Daarbij is een groot aantal schriftelijke stukken in beslag genomen.

Beroepsgeheim

De advocate maakte bezwaar tegen deze inbeslagneming. Zij beriep zich daarbij op de bescherming van haar beroepsgeheim. In de wet staat dat inbeslagneming bij bepaalde beroepsgroepen alleen mag met toestemming van de geheimhouder. Dat geldt bijvoorbeeld voor artsen, notarissen en advocaten.
De rechtbank stelt vast dat het beroepsgeheim echter niet altijd opgaat, bijvoorbeeld als de geheimhouder zelf verdachte is in een strafzaak. Volgens de Hoge Raad kunnen er dan zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn, waarin de geheimhouder niet wordt beschermd. Van belang is daarbij of sprake is van verdenking van ernstige strafbare feiten, zoals deelname aan een criminele organisatie.

Onjuiste informatie doorgegeven

De advocate stelt dat het Openbaar Ministerie die verdenking niet kan bewijzen. Het werk dat zij deed voor andere verdachten in de zaak Rykiel, behoorde tot de normale werkzaamheden van een advocaat. Dat zij mogelijk onjuist werd geïnformeerd door medeverdachten, kan haar niet worden verweten, zo stelt de advocate. Bovendien gedoogde de overheid volgens de advocate al enkele jaren dat haar medeverdachten de gokspelen op internet aanboden.

De rechtbank is het niet met de advocate eens dat er onvoldoende verdenking tegen haar bestaat. Daarbij wijst de rechtbank op een aantal verdachte omstandigheden. Zo stelde de advocate onder meer contracten op voor het aanbieden van gokspelen. In die contracten staat dat dat gebeurt door een rechtspersoon uit Costa Rica, die hiervoor een licentie zou hebben. Costa Rica geeft daarvoor echter geen licenties af.
Ook heeft de advocate contact gehad met de Nederlandse toezichthouder op kansspelen, de Kansspelautoriteit, en daarbij onjuiste informatie doorgegeven. De vrouw verklaarde bij de politie een aantal direct betrokkenen niet te kennen of te hebben ontmoet. Het ging daarbij ook om personen die de contracten hebben getekend of bij de Kansspelautoriteit door haar zijn genoemd als belangrijke beleidsmaker. Daarnaast werd de advocate uitbetaald via een belastingkantoor en niet rechtstreeks door haar opdrachtgevers. Ook doen aantekeningen van vergaderingen vermoeden dat de advocate moet hebben geweten van schijnconstructies waarmee de illegale activiteiten werden verhuld.
 
De rechtbank concludeert dat er alles bij elkaar voldoende verdenking bestaat tegen de advocate om te kunnen spreken van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Dat betekent dat het in dit geval was toegestaan de schriftelijke stukken in beslag te nemen en dat de vrouw de stukken vooralsnog niet terugkrijgt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten