Vughtse burgemeester mag woning (nog) niet sluiten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Vughtse burgemeester mag woning (nog) niet sluiten
's-Hertogenbosch , 01 juni 2015

De burgemeester van Vught mag vooralsnog niet overgaan tot sluiting van een woning waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. Hij moet zijn besluit eerst beter motiveren. Dat besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant zojuist.

De politie trof in april van dit jaar een hennepkwekerij aan in de kruipruimte van een woning in Vught. Op de tweede verdieping werden ook nog resten van hennepplanten gevonden en materialen waarmee een hennepkwekerij is in te richten. Deze omstandigheden waren voor de burgemeester reden om de woning voor drie maanden te sluiten. De huurder van de woning maakte bezwaar tegen dit besluit en stapte naar de voorzieningenrechter om te voorkomen dat zijn woning wordt gesloten voordat op zijn bezwaar is beslist.

De bewoner voert aan dat de burgemeester van Vught geen beleid heeft ontwikkeld om de woning direct te kunnen sluiten na het aantreffen van een hennepkwekerij, zoals bij hem nu het geval is. Volgens de man had de burgemeester eerst een waarschuwing moeten geven of een soortgelijke maatregel moeten opleggen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester de sluiting van de woning niet voldoende heeft gemotiveerd. Daarbij wijst de voorzieningenrechter op de bedoeling van de wetgever in een situatie zoals hier aan de orde. Deze houdt in dat bij een eerste overtreding als het om een woning gaat, uitgangspunt moet zijn dat een waarschuwing wordt gegeven of een soortgelijke maatregel wordt getroffen. Alleen in ernstige gevallen mag hiervan worden afgeweken en direct tot sluiting worden overgegaan. De reden hiervan is het zeer ingrijpende karakter van een woningsluiting voor bewoners.
 
De burgemeester hanteert als uitgangspunt dat een woning wordt gesloten als daar een handelshoeveelheid softdrugs is gevonden. Per zaak wordt bekeken of hiervan moet worden afgeweken. De burgemeester wilde met de sluiting van deze woning een signaal afgeven aan de buitenwereld dat een woning niet als verkoop-, aflever- of opslagruimte voor drugs kan worden gebruikt. Ook wilde hij verdere verstoring van het woon- en leefklimaat in zijn gemeente voorkomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester niet is uitgegaan van het uitgangspunt van de wetgever om eerst een waarschuwing te geven. In zoverre is het besluit dan ook niet deugdelijk gemotiveerd. Het is nu aan de burgemeester om het besluit – als hij dit in bezwaar handhaaft – beter te motiveren door uit te leggen waarom niet kan worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Bij het nemen van het besluit moet de burgemeester betrekken dat de bewoner heeft gezegd dat hij op straat zal komen te staan en geen familie, vrienden of kennissen heeft bij wie hij tijdelijk terecht zou kunnen. En dat hij heeft gezegd geen geld te hebben om een andere woning te huren.
 
De voorzieningenrechter bepaalt dat het besluit om de woning te sluiten, wordt geschorst tot zes weken nadat de burgemeester heeft beslist op het bezwaar van de bewoner.

Uitspraken

Meest gelezen berichten