Zaak dodelijke schietpartij Aquabest verder met zelfde rechters

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Zaak dodelijke schietpartij Aquabest verder met zelfde rechters
's-Hertogenbosch, 19 april 2018

De nabestaanden van een man die in november 2017 werd doodgeschoten bij een uitgaansgelegenheid in Best, zijn in hun hoedanigheid als spreekgerechtigden niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek. Dat is het oordeel van de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Dat betekent dat de rechtbank met dezelfde rechters de strafzaak kan vervolgen met een pro forma-zitting op 15 mei om 11.00 uur.

Nabestaanden van het slachtoffer wraakten 22 februari de rechters die een dag eerder de strafzaak tegen de 40-jarige verdachte behandelden. Volgens de nabestaanden wekten de rechters de objectieve schijn van partijdigheid. Zo namen de rechters een ordemaatregel nadat aan het begin van de pro forma-zitting commotie was ontstaan doordat een toehoorder vanaf de publieke tribune de verdachte probeerde aan te vallen. Ook andere toehoorders namen deel aan de vechtpartij, waarna de zittingszaal enige tijd is ontruimd. De ordemaatregel hield in dat  de zitting werd voortgezet zonder toehoorders, behalve de ouders van het slachtoffer. Daarnaast zouden de rechters volgens de nabestaanden partijdig zijn toen de rechters oordeelden over 2 verzoeken die de advocaat van de nabestaanden indiende. Het eerste verzoek – om processtukken aan de nabestaanden te verstrekken – wees de rechtbank af. Op het tweede verzoek – om onder meer de nabestaanden toe te staan het vervolg van de zitting achter glas te laten bijwonen – beslisten de rechters niet. Ook voerden de nabestaanden nog aan dat de rechters door de politie als getuigen zijn gehoord over het geweldsincident in de zittingszaal.

De wrakingskamer stelt allereerst vast dat volgens de wet alleen de verdachte of het Openbaar Ministerie een verzoek tot wraking kan doen. In eerdere rechterlijke uitspraken is echter aanvaard dat ook bepaalde andere betrokkenen in een strafproces een wrakingsverzoek mogen doen. In dit geval is dat niet aan de orde. De wrakingskamer heeft niet kunnen vaststellen dat de nabestaanden zich volgens de wet als benadeelde partij in het strafproces hebben gevoegd. Tijdens de wrakingszitting verklaarde ook de officier van justitie uitdrukkelijk dat de nabestaanden zich niet als benadeelde partij hebben gesteld in deze procedure. De nabestaanden hebben hun wrakingsverzoek daarom gedaan in hun hoedanigheid van nabestaanden en daarmee spreekgerechtigden in de hoofdzaak. Volgens de wrakingskamer is dat echter niet mogelijk en daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Meest gelezen berichten