De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vandaag in hoger beroep een uitspraak gedaan over de weigering van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om aan een hbo-studente een prestatiebeurs te verlenen voor een universitaire master. De rechtbank had dat besluit vernietigd omdat niet duidelijk was waarom hbo-studenten wel een prestatiebeurs krijgen voor een hbo-master, maar niet voor een wo-master. De CRvB vindt dat uit de wetsgeschiedenis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en uit de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) wel voldoende duidelijk is waarom dit onderscheid is gemaakt.