Wapenhandelaar niet verantwoordelijk voor wegmaken lijk
Afspraak met wapenhandelaar

Eind mei en begin juni 2015 werden in het Markkanaal in Oosterhout kooien van gaas aangetroffen, met daarin lichaamsdelen. De kooien waren verzwaard met keien. Later bleken de lichaamsdelen van een voormalig No Surrender-lid te zijn, dat op 12 mei als vermist was opgegeven. Uit telefoongegevens van het slachtoffer bleek dat hij als laatste contact had gehad met de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. over kogels die hij nodig had voor een vuurwapen. De 2 mannen hadden afgesproken in Oosterhout om te gaan proefschieten in een bos. Op enig moment heeft het slachtoffer zichzelf, zo bleek uit politieonderzoek, van het leven beroofd met een vuurwapen van de verdachte.
De verdachte koos ervoor om politie of hulpdiensten niet te bellen vanwege zijn strafbladVermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling). en het feit dat hij in zijn loodsen wapens en munitie had liggen. In plaats daarvan benaderde hij de personen die het slachtoffer naar hem toe hadden gestuurd met alleen de mededeling ‘los het maar op’. Hij wil de namen van die personen niet noemen.
Geen bewijs voor betrokkenheid bij wegmaken lijk
Het hof vindt het handelen van de verdachte moreel gezien verwerpelijk. Echter, er is onvoldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. voor de betrokkenheid van de verdachte bij het wegmaken van het lichaam. Tijdens de doorzoeking van het terrein van de verdachte werden de voorwerpen die gebruikt waren voor de kooien niet aangetroffen. Ook bloedsporen ontbraken, terwijl dat voor de hand zou hebben gelegen als het lichaam daar in stukken zou zijn gezaagd. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van betrokkenheid bij het wegmaken van het lijk.
Voorwaardelijke straf voor wapenbezit
Het hof legt de verdachte wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op voor wapen- en munitiebezit. Omdat de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Amsterdam hem eerder een gevangenisstraf heeft opgelegd, is deze voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. een stok achter de deur voor de verdachte. Voor deze voorwaardelijke straf geldt een proeftijd van 2 jaar.