Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 december geoordeeld dat de verdachten worden vrijgesproken omdat er geen sprake is van wederrechtelijk binnendringen, wat voor de bewezenverklaring van art. 138 Sr vereist is. In lijn met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad heeft het hof op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden geoordeeld dat het binnendringen is gebeurd omdat het gerechtvaardigd is vanwege het binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit uitoefenen van het demonstratierecht.