Gemeente heeft traplift op onjuiste gronden afgewezen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Gemeente heeft traplift op onjuiste gronden afgewezen
Utrecht, 24 augustus 2018

De gemeente heeft een op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aangevraagde traplift op onjuiste gronden afgewezen. De afwijzing berust op een met die wet strijdige uitleg van voorzienbaarheid van de noodzaak tot ondersteuning en eigen kracht van de burger. Dit oordeelt de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in zijn uitspraak van 22 augustus 2018.

Het geschil

Betrokkene heeft bij de gemeente op grond van de Wmo 2015 een traplift aangevraagd. De gemeente heeft de aanvraag afgewezen. Volgens de gemeente had betrokkene kunnen voorzien dat zij problemen zou krijgen bij het gebruik van haar woning en had zij zelf maatregelen moeten nemen om de hulpvraag te voorkomen. De gemeente verwacht van burgers, met en zonder beperkingen, dat zij - uitgaande van de eigen kracht - anticiperen op het ouder worden en de daarmee gepaard gaande gebreken. Burgers moeten er rekening mee houden dat zij mogelijk in de toekomst, als gevolg van beperkingen die horen bij het ouder worden, een beroep zullen moeten doen op de Wmo 2015. De gemeente verwacht daarom van een burger dat hij tijdig - voordat gebreken zich openbaren - op eigen kosten maatregelen treft. In hoger beroep bij CRvB heeft betrokkene aangevoerd dat met de weigering van een traplift geen recht wordt gedaan aan haar medische, sociale en financiële omstandigheden.

Voorzienbaarheid en uitsluiting ouderen

De door de gemeente gegeven reden tot afwijzing van de traplift komt erop neer dat ouderen die met het ouder worden samenhangende gebreken krijgen vrijwel nooit aanspraak zullen kunnen maken op een maatwerkvoorziening, omdat deze gebreken voorzienbaar zijn en op deze gebreken had kunnen en moeten worden geanticipeerd. Deze uitleg strookt niet met de onder de oude Wmo tot stand gekomen rechtspraak van de CRvB. Hierin is geoordeeld dat de wetgever generieke uitsluiting van personen niet heeft beoogd. De tekst en de wetsgeschiedenis van de Wmo 2015 wijzen er niet op dat de wetgever op dit punt heeft willen breken met de situatie zoals deze was onder de oude Wmo.

Eigen kracht

De tekst en de wetsgeschiedenis van de Wmo 2015 wijzen er evenmin op dat is beoogd dat de in de Wmo 2015 genoemde eigen kracht van de burger zover gaat dat de burger dient te anticiperen op alle mogelijke gebreken die met het ouder worden samen kunnen hangen. Voor een dergelijke vergaande verplichting zou een expliciete wettelijke grondslag noodzakelijk zijn. De Wmo 2015 bevat deze grondslag niet. Wel kunnen voorzieningen worden geweigerd indien een burger tot een aanschaf of een verhuizing overgaat zonder rekening te houden met zijn beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.

Nieuwe beslissing

De Wmo 2015 biedt, evenals de oude Wmo deed, ruimte om van burgers te eisen dat zij bij het doen van een aanschaf of bij een verhuizing rekening houden met de al aanwezige beperkingen en de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling hiervan. Er mag echter niet van een burger vereist worden dat hij preventief maatregelen treft en investeringen doet om te voorkomen dat toekomstige onzekere gebeurtenissen in zijn gezondheidstoestand als gevolg van het ouder worden leiden tot een beroep op maatschappelijke ondersteuning. De CRvB stelt betrokkene in het gelijk en draagt de gemeente op een nieuwe beslissing te nemen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.


Uitspraken