Nieuw toetsingskader voor verwijtbare werkloosheid

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Nieuw toetsingskader voor verwijtbare werkloosheid
Utrecht, 08 november 2018

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in zijn uitspraak van 7 november 2018 een nieuw toetsingskader toegepast voor het beoordelen van de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid. Bij de vraag of aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt, wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen de objectief dringende reden en de subjectief dringende reden voor zover daarmee wordt gedoeld op de voortvarendheid waarmee de werkgever bij de beëindiging van het dienstverband heeft gehandeld. Deze benadering sluit aan op rechtspraak van de Hoge Raad en is in overeenstemming met het uitgangspunt van de wetgever dat niet de ontslagroute die de werkgever heeft gekozen maar de reden voor de werkloosheid bepalend is.

Dringende reden

De Werkloosheidswet (WW) verplicht werknemers te voorkomen dat zij werkloos worden. Als aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt en dit de werknemer verweten kan worden, is sprake van verwijtbare werkloosheid. Dit is van belang voor de vraag of een maatregel moet worden opgelegd.

De CRvB heeft voorheen in zijn rechtspraak bij de invulling van het begrip dringende reden niet alleen betekenis gehecht aan de feitelijke gedraging van de werknemer, de wijze waarop de werkgever in de specifieke situatie en in de specifieke werkrelatie het verweten gedrag beoordeelt en wat in dat verband de voor de werknemer kenbare bedoeling van de werkgever is geweest. Ook is de voortvarendheid waarmee de werkgever bij de beëindiging van het dienstverband heeft gehandeld van belang geacht voor de vraag of er sprake was van een dringende reden. Dit heeft er toe geleid dat een onderscheid is gemaakt tussen de objectief dringende reden en de subjectief dringende reden. Daardoor is het aspect van de voortvarendheid, waarmee de werkgever heeft gehandeld om tot een beëindiging van het dienstverband te komen, tot nu toe mede bepalend geweest voor het antwoord op de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid.

Nieuw kader

Mede in het licht van de wettelijke bepalingen en de rechtspraak van de Hoge Raad over het begrip dringende reden in het arbeidsrecht, komt de CRvB in deze zaak tot een nieuw toetsingskader.

Voor de vraag of er sprake is van verwijtbare werkloosheid dient een materiële beoordeling plaats te vinden van de vraag of aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Tot de elementen die moeten worden gewogen, behoren de aard en ernst van de gedraging(en) van de werknemer, de wijze waarop de werkgever in de specifieke situatie en in de specifieke werkrelatie het verweten gedrag beoordeelt, de in dat verband voor de werknemer kenbare bedoeling van de werkgever, de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een beëindiging van het dienstverband voor hem zou hebben. Ook indien die gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de gedraging(en) tot de conclusie leiden dat beëindiging van de dienstbetrekking gerechtvaardigd is. Indien tot het aannemen van een dringende reden wordt geconcludeerd, zal ten slotte in het kader van de WW nog moeten worden getoetst of de werknemer van de dringende reden een verwijt kan worden gemaakt.

Oordeel in deze zaak

De rechtbank kwam in deze zaak eerder tot het oordeel dat de betrokkene niet verwijtbaar werkloos was geworden, omdat de werkgever niet een onmiddellijke of spoedige beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft bewerkstelligd. De subjectieve reden ontbrak daarmee en betrokkene ontving terecht een WW-uitkering.

De CRvB komt in hoger beroep, met toepassing van het nieuwe toetsingskader waarmee alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang zijn bezien, tot het oordeel dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden. De ernst van de gedraging, te weten het downloaden en bezitten van kinderporno, levert een dringende reden op. Daarbij heeft de werkgever betrokkene gelijk geschorst, omdat zij hem niet meer wilde terugzien op de werkvloer, en er zodoende van meet af aan geen twijfel over laten bestaan dat zij de gedraging zeer ernstig opnam. Dat de werkgever er (uiteindelijk) voor heeft gekozen om het dienstverband op een later moment te beëindigen door middel van een vaststellingsovereenkomst, doet niet af aan de dringendheid van de reden. Het was begrijpelijk dat de werkgever behoedzaam en zorgvuldig heeft willen opereren.

Gevolgen

Uit het oordeel dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden, volgt dat betrokkene ten onrechte een uitkering heeft gekregen. Omdat de uitkering al is beëindigd, kan de uitkering niet ingetrokken worden. De werkgever kan een verzoek tot schadevergoeding bij het UWV indienen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten