Aegon niet verder aansprakelijk voor schade afnemers Sprintplan dan al eerder vastgesteld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Aegon niet verder aansprakelijk voor schade afnemers Sprintplan dan al eerder vastgesteld
Amsterdam, 07 april 2015

Aegon heeft onrechtmatig gehandeld tegenover de personen die met Aegon een Sprintplanovereenkomst hebben gesloten en die daardoor schade hebben geleden. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vandaag geoordeeld. Met deze uitspraak in hoger beroep is een einde gekomen aan de procedure die de Vereniging Consument & Geldzaken tegen Aegon heeft aangespannen als collectieve actie van deelnemers aan het beleggingsproduct Sprintplan. Deze aansprakelijkheid gaat echter niet verder dan al eerder is vastgesteld in een vergelijkbare procedure.

Sprintplanovereenkomsten

Kenmerkend voor de Sprintplanovereenkomsten is dat Aegon aan de deelnemers een bepaald bedrag beschikbaar stelde bij wijze van kredietverschaffing en dat dit bedrag werd belegd in een beleggingsfonds. Over het krediet dienden de deelnemers maandelijks rente aan Aegon te betalen. Er werd geen vast rendement over het belegde bedrag en dus geen vaste uitkering voor de deelnemers overeengekomen. Het rendement was afhankelijk van de resultaten van de beleggingen. Het krediet diende bij de beëindiging van de Sprintplanovereenkomst te worden terugbetaald. Met een garantiewaarde garandeerde Aegon tot op zekere hoogte dat de opbrengst van de verkoop van de beleggingen toereikend was om het krediet te kunnen aflossen.

Eerdere collectieve actie

De zaak waarin vandaag uitspraak is gedaan, is niet de eerste collectieve actie tegen Aegon van deelnemers aan het beleggingsproduct Sprintplan. Eerder is tegen Aegon een procedure gevoerd door de Stichting Gedupeerden Spaarconstructie (GeSP). In die zaak is eveneens geoordeeld dat Aegon onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de personen die met Aegon een Sprintplanovereenkomst hebben gesloten en die daardoor schade hebben geleden. Aegon heeft zich bij die uitkomst van die procedure neergelegd. De Vereniging Consument & Geldzaken heeft in de zaak waarin vandaag uitspraak is gedaan gevorderd dat het hof een verdergaande aansprakelijkheid van Aegon zal vaststellen. Dat is niet gelukt.

Niet anders belegd dan voorgespiegeld

De Vereniging Consument & Geldzaken heeft aangevoerd dat Aegon op een andere, voor Aegon veel goedkopere wijze heeft belegd dan blijkt uit het informatiemateriaal. Om dit te kunnen controleren heeft het hof Aegon opgedragen stukken uit haar administratie in het geding te brengen. Aegon heeft de contracten overgelegd die namens het Spaarbeleg GarantieFonds zijn gesloten met zakenbanken om beleggingen aan te kopen. Ook heeft Aegon de bankafschriften overgelegd.
Volgens het hof is niet komen vast te staan dat Aegon op een andere wijze heeft belegd dan blijkt uit het informatiemateriaal dat de deelnemers van te voren kregen. Ook is niet gebleken dat Aegon te hoge kosten of onnodige kosten in rekening heeft gebracht aan de deelnemers. Op deze punten zijn de vorderingen dan ook door het hof afgewezen.

Vereniging Consument & Geldzaken geen gelijk

Ook op andere punten heeft de Vereniging Consument & Geldzaken geen gelijk gekregen. Anders dan de Vereniging naar voren bracht, was het volgens het hof voor de deelnemers van het Sprintplan voldoende duidelijk dat zij met van Aegon geleend geld deelnamen aan een beleggingsfonds en dat er géén spaarrekening werd geopend. Tegenover de verplichting tot betaling van rente en tot terugbetaling van het krediet bestond geen recht op een op voorhand vaststaande uitkering. Volgens het hof behoorden de deelnemers te begrijpen dat de uitkering afhankelijk was van het resultaat van hun belegging. En ook dat de mogelijkheid bestond dat (het totaal van) de renteverplichtingen hoger zou zijn dan de uitkering bij de beëindiging van de overeenkomst. Of dat zelfs, afhankelijk van het beleggingsresultaat, tegenover de betaalde rente uiteindelijk geen uitkering zou plaatsvinden. Bij dit alles is het hof uitgegaan van het begrips- en voorstellingsvermogen van de gemiddeld geïnformeerde en oplettende gewone consument.
Anders dan de Vereniging naar voren bracht kan niet worden gezegd dat de kenmerken van het Sprintplan onjuist, verwarrend, onvolledig of op versluierde wijze zijn gepresenteerd bij het aangaan van de overeenkomst.

Zorgplicht: niet gewaarschuwd voor restschuld en geen onderzoek financiële positie

Het hof heeft voorts geoordeeld, zoals dus ook al eerder, dat Aegon onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de deelnemers van  het Sprintplan. Aegon heeft nagelaten vóór het aangaan van de Sprintplanovereenkomsten de deelnemers uitdrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen te waarschuwen voor het risico dat een restschuld kon ontstaan als op het tijdstip van beëindiging van een overeenkomst de waarde van de deelnemingsrechten ontoereikend zou blijken te zijn om het door Aegon verschafte krediet af te lossen. De op Aegon rustende bijzondere zorgplicht bracht mee dat zij de deelnemers voor het risico op een restschuld had moeten waarschuwen.
Ook had Aegon van te voren bij de deelnemers informatie over hun inkomens- en vermogenspositie moeten inwinnen en die gegevens zo nodig met hen moeten bespreken. Dat was nodig om te kunnen vaststellen of de deelnemers redelijkerwijs in staat zouden zijn aan hun betalingsverplichtingen uit de Sprintplanovereenkomsten te kunnen voldoen. De bijzondere zorgplicht van een bank zoals Aegon strekt immers mede ter bescherming van beleggers tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid. Zij heeft niet aan deze onderzoeksplicht voldaan.

Vaststelling schadevergoeding in individuele procedures

De eventuele verplichting van Aegon tot schadevergoeding is afhankelijk van de individuele omstandigheden van de deelnemers en kan uiteindelijk alleen in afzonderlijke procedures worden vastgesteld.

Uitspraken

Meest gelezen berichten