Nader onderzoek werkelijke waarde effecten en vermogensbestandsdelen SNS

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Nader onderzoek werkelijke waarde effecten en vermogensbestandsdelen SNS
Amsterdam, 16 april 2019

Vandaag heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een nader onderzoek door deskundigen bevolen naar de werkelijke waarde van de onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS Reaal en SNS Bank per 1 februari 2013.

Werkelijk waarde

De Ondernemingskamer heeft beslist dat de waarde moet worden gelijkgesteld aan de te verwachten opbrengst bij een verkoop van de vorderingen uit de onteigende effecten en vermogensbestanddelen in het geval dat SNS Reaal en SNS Bank in februari 2013 failliet zouden zijn gegaan. De deskundigen hebben in hun rapport voor dat scenario de werkelijke waarde begroot op in totaal circa € 814 miljoen.

Aanpassing en toelichting

De Ondernemingskamer heeft vastgesteld dat de waardering door de deskundigen en de daarvoor gebruikte uitgangspunten op onderdelen moeten worden aangepast of een nadere toelichting behoeven. Het gaat met name om de wijze waarop de opbrengst in een verondersteld faillissement van SNS Bank is berekend, de waardering van de opbrengst van de verkoop van het verzekeringsbedrijf van Reaal N.V. en de te hanteren disconteringsvoet.

Nadere vaststelling

Indien het nader onderzoek daartoe aanleiding geeft, dienen de deskundigen de werkelijke waarde per 1 februari 2013 van elk van de onteigende effecten en vermogensbestanddelen van SNS Bank en SNS Reaal nader vast te stellen.

Eerdere (tussen)beschikkingen

De uitspraak is een vervolg op de eerdere tussenbeschikking van de Ondernemingskamer van 11 juli 2013, de beschikking van de Hoge Raad van 20 maart 2015 en de eerdere tussenbeschikkingen van de Ondernemingskamer van 26 februari 2016, 16 augustus 2016, 3 november 2017 en 14 december 2017.

Uitspraken