Gebouwen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Geschiedenis paleis van justitie Arnhem

De rechtspraak in Arnhem gaat terug tot het jaar 1233. In dat jaar gaf Otto II, graaf van Gelre en Zutphen, Arnhem het stadsrechtprivilege. Het Arnhemse schepengerecht, zoals het gerecht toen werd genoemd, leek veel op die van andere Gelderse steden. Door het schepengerecht werden kwesties binnen het stedelijk gerechts- en bestuursgebied behandeld. Een aantal eeuwen is deze manier van rechtspraak ongewijzigd gebleven.

Vanaf het midden van de vijftiende eeuw besloot de hertog van Gelre om meer permanent in de oude residentie van het Hof van Gelre aan de Markt te gaan wonen. Arnhem had toen twee verschillende rechtscolleges: het stedelijk schepenrecht en de hertogelijke raad, het adviescollege van de hertog in bestuurlijke en juridische aangelegenheden. Vanaf dat moment kreeg Arnhem een meerwaarde binnen het gewest Gelre. In 1543 wordt de hertogelijke raad voortgezet door het Hof van Gelre en Zutphen.

De aanwezigheid van beide gerechten zorgt voor een belangrijke economische en sociale impuls voor Arnhem. De schepenbank is vanaf de Middeleeuwen tot aan de opheffing in 1811 gevestigd geweest in het, in vroeg gotische stijl opgetrokken oude stadhuis aan de Markt, wat in 1840 is gesloopt.

Met de komst van de Fransen in 1795 vond een verandering plaats op bestuurlijk en juridisch terrein. Zo werden tal van vernederende rechtsgewoonten, zoals het dragen van strafstenen, het radbraken en het tentoonstellen van lijken aan de galg, afgeschaft. Na 1813, onder het bewind van koning Willem I, trad er een periode van vernieuwing aan maar werden sommige gebruiken zoals het schavot, de beul, geseling en brandmerken weer in ere hersteld. De huidige rechterlijke organisatie kreeg in 1833 gestalte.

       

 

Paleis van justitie Arnhem

Op de plaats waar nu de marktzijde is van het huidige paleis van justitie begon men in 1833 onder leiding van stadsarchitect Anthony Aytink van Falkenstein met de bouw van een nieuw Paleis van Justitie. Het werd gebouwd in neoclassicistische stijl. Het middengedeelte werd versierd door vier zuilen in Dorische stijl.

Tijdens de slag om Arnhem in september 1944 werd het gerechtsgebouw geheel verwoest. Een fragment van één van de zuilen werd bewaard als herinnering aan de oorlog en vormt nu het Airborne Monument op het Airborneplein. De diverse onderdelen van justitie zijn de jaren daarna gehuisvest geweest in villa's verspreid over de stad.

Op 9 januari 1959 werd de eerste paal in de grond geheid voor de bouw van het nieuwe paleis van justitie. In juni 1963 werd het gebouw officieel in gebruik genomen. Het gebouw lijkt aan de buitenkant qua vorm en maatvoering op het Huis der Provincie aan de zuidzijde van de Markt, dat niet lang daarvoor gereedgekomen was. Vanwege ruimtegebrek werd een aantal diensten op verschillende locaties aan de andere zijde van de Rijn ondergebracht.

Er werd een plan ontwikkeld om naast het paleis een gebouw van een zes verdiepingen hoog te bouwen en het paleis zelf te renoveren. Het vernieuwde complex werd op 10 juni 1998 door toenmalige minister Winnie Sorgdrager in gebruik genomen.

In het paleis van justitie zijn naast de rechtbank ook het gerechtshof, het arrondissementsparket en het ressortsparket gevestigd. Voor het paleis staat het beeldhouwwerk Salomonsoordeel uit 1958 gemaakt door André Schaller. Het was door Schaller gemaakt voor de binnenplaats en stond daarna, tegen zijn zin, op een erg hoge sokkel bij de zijkant van het gebouw. Na een kritische publicatie werd, jaren na de kritiek van Schaller en zijn weduwe, het beeld in 2004 bij de ingang geplaatst. 

       

 

Geschiedenis paleis van justitie Leeuwarden

Volgens een niet geheel heldere bron zou het paleis van justitie voor een deel met Russisch geld van de grond gekomen zijn, zodat wij daarvoor dank aan de Russen kunnen brengen.

In 1813 werden de Franse overheersers met hulp van de Russen verdreven. Ook in Friesland stemde dat tot grote erkentelijkheid, maar we bleven wel met die bevrijders zitten. En deze heren waren ook zulke lieverdjes niet. De Tsaar vorderde aanvankelijk voedsel voor zijn troepen doch een kozakken-generaal, een zekere Roosen, eiste van de Friese Staten 7753 el laken en 23 werkpaarden. Van dat laken moesten nieuwe uniformen voor zijn manschappen worden vervaardigd. Na enig onderhandelen leverden de Staten van Friesland 5000 el laken en 73 werkpaarden. Een of andere slimme ambtenaar voegde er wel een nota bij, groot 27.000 gulden en zowaar in 1828 kreeg de provincie deze som door de Russen uitbetaald! Dat bedrag zou de eerste aanzet voor de bouw van het Leeuwarder paleis van justitie hebben gevormd.

Lees bij rechtbank Noord-Nederland meer over de geschiedenis van het paleis van justitie en de rechtspraak in Friesland.