Regelgeving in de zorg: rechtsbescherming of kwaliteitsbewaking

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > Regelgeving in de zorg: rechtsbescherming of kwaliteitsbewaking
's-Hertogenbosch, 12 april 2016

De regelgeving in de zorg neemt toe. De laatste 10 jaar is er een toename van procedures tegen zorgverleners. Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid en het Studiecentrum Rechtspleging (SSR) organiseerden afgelopen vrijdag in het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbsoch een themadag over een actueel onderwerp: medische aansprakelijkheid. Hier spraken diverse deskundigen vanuit het civiel recht, het strafrecht, het tuchtrecht en het bestuursrecht over dit onderwerp.

Kenniscentrum Milieu en Gezondheid

Paleis van Jusitie 's-Hertogenbosch

Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het Kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak.

Defensieve gezondheidszorg

De artsenopleiding is de laatste jaren aanzienlijk veranderd en artsen worden geacht kennis te hebben van de belangrijkste juridische aspecten van de gezondheidszorg. “Dit maakt de arts echter geen jurist”, aldus Rutger Jan van der Gaag (tot 1 maart 2016 voorzitter van KNMG en hoogleraar Klinische Kinder- en Jeugdpsychiatrie aan de Radboud Universiteit Nijmegen). Hij sprak over een lappendeken van wetten waardoor het erop lijkt dat zorgverleners moeten voldoen aan een haast sacrale norm. Het gevolg hiervan is een defensieve geneeskunde: artsen zijn terughoudend uit angst voor een juridische nasleep van hun handelen. Van der Graag pleitte voor een alternatief, namelijk een just cultuur onder medici waarin zij leren van gemaakte fouten.

Anne Ruth Mackor (hoogleraar professie-ethiek Rijksuniversiteit Groningen) sprak van een ‘geconditioneerde’ zelfregulering in de zorg. Vanuit rechtsfilosofisch perspectief liet zij zien welke functies regels vervullen en wat het effect hiervan is. Zo verklaarde zij hoe de juridisering van richtlijnen leidt tot de ondermijning van de diverse functies en tot defensieve geneeskunde.

Openheid

Net als Van der Gaag pleitte ook Johan Legemaate (hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en het AMC in Amsterdam) voor openheid als het gaat om fouten in de zorg. Bovendien vond hij dat we ons moeten afvragen wat het doel is van de regelgeving: rechtsbescherming of kwaliteitsbewaking? Inmiddels kent Nederland het systeem van veilig melden. Daarnaast is er een duidelijke ontwikkeling naar meer openheid naar de patiënt. Legemaate vindt dit een goede ontwikkeling: “Beter te veel dan te weinig”. Volgens hem kunnen er goede redenen zijn om juridische procedures tegen zorgverleners te starten, maar men moet wel alert zijn op de neveneffecten.

Bijzonder karakter

Dat het Openbaar Ministerie zich zeer bewust is van het bijzondere karakter van medische strafzaken bleek duidelijk tijdens de themasessie die werd verzorgd door Cora de Jong (officier van justitie) en Nelleke Eken-de Vos (senior beleidsmedewerker) die beiden verbonden zijn aan het Expertisecentrum Medische Zaken van het OM. Zij namen de deelnemers mee in de bijzondere aspecten van het medisch strafrecht, waar onder meer zaken als het medisch beroepsgeheim spelen.

Tuchtrechter

De bejegening door de zorgverlener speelt vaak een grote rol bij procedures voor de tuchtrechter.  Ellen van Eekeren (senior rechter en plaatsvervangend voorzitter van het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg Amsterdam en Lex Mooy (raadsheer en lid-jurist van het centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg), lichtten de procedure bij de tuchtrechter kort toe en bespraken de verschillen en overeenkomsten tussen het tuchtrecht en het civiele- en strafrecht. Ook was er aandacht voor de rol die tuchtrechtelijke uitspraken spelen in het civiele- en strafrecht.

Kwaliteit in de gezondheidszorg

Jaap Sijmons (o.m. hoogleraar gezondheidsrecht aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en partner bij Nysingh advocaten-notarissen) besprak de belangrijkste wetten voor de normering en bewaking van kwaliteit in de gezondheidszorg. Hij legde uit wat de medische professionele standaard inhoudt en hoe kwaliteitsinformatie wordt verzameld en gedeeld door het Zorginstituut Nederland. Ook de mogelijkheid om van overheidswege in te grijpen bij zorginstellingen kwam aan de orde.

Bepalen van kans

De leer van de proportionele aansprakelijkheid en het verlies van kans stonden centraal bij de themasessie civiel recht. Met duidelijke voorbeelden lichtten Rolinka Wijne (docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van twee regionale tuchtcolleges) en Job Kievit (chirurg in het Leids UMC en hoogleraar kwaliteit van zorg) beide leerstukken toe. Het verschil tussen deze twee en de benodigde informatie voor het bepalen van de kans kwamen uitvoerig aan bod.

Geslaagde dag

Studiecentrum Rechtspleging (SSR )en het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid kijken terug op een zeer geslaagde dag. Er was buitengewoon veel belangstelling voor deze themadag. Naast rechters en juridisch medewerkers waren er vertegenwoordigers aanwezig van het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg, de Inspectie voor de gezondheidszorg, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zowel in het plenaire ochtendprogramma als in de themasessies ‘s middags namen de aanwezigen actief deel aan de discussies. Naar aanleiding van deze themadag zal een uitgave verschijnen met daarin bijdragen van de sprekers.

Uitspraken

Meest gelezen berichten