Kampense krijgt 20 jaar cel voor doden zakenman

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Kampense krijgt 20 jaar cel voor doden zakenman
Zutphen, 12 december 2016
In maart 2014 is een 58-jarige man uit Amersfoort door geweld omgekomen in een chalet in Ermelo. Het chalet is daarna in brand gestoken. In november 2016 stonden 4 verdachten terecht in deze zaak. De hoofddader is een 31-jarige vrouw, die toen officieel in Kampen woonde. Zij moet voor het doden van de zakenman en de brandstichting 20 jaar de cel in.

Geen moord maar doodslag, één dader

Twee van de 4 verdachten werden beschuldigd van betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer. Zij wezen elkaar aan als dader. Eén van die twee, een 32-jarige vriend van de hoofdverdachte, verklaarde dat hij de hoofdverdachte met een bijl had zien inhakken op het lichaam toen hij het chalet binnenkwam. De hoofdverdachte vertelde juist dat zij op dat moment onderweg was met de auto; bij terugkomst in het chalet, uren later, vond zij het lichaam van het slachtoffer en had de vriend bloedvegen op zijn gezicht.

De rechtbank veroordeelt de vrouw, de bewoonster van het chalet, voor doodslag op het slachtoffer en voor het medeplegen van brandstichting en van een poging tot het wegmaken van het lijk. Haar verhaal, het alternatieve scenario waarbij de mannelijke verdachte als de dader wordt aangewezen, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Er zitten te veel gaten en onduidelijkheden in het verhaal van de vrouw en haar verklaringen kloppen niet met objectieve informatie van onder meer telefoon- en mastgegevens. Het verhaal van de man wordt op onderdelen juist wel ondersteund door objectieve gegevens in het dossier.
Voorbedachte raad op het doden van het slachtoffer kan niet worden bewezen. Het gaat dus om doodslag en niet om moord.
Er is geen bewijs voor de aanwezigheid van meerdere daders. De vriend van de hoofdverdachte wordt dus vrijgesproken van betrokkenheid bij het doden van het slachtoffer.

De straffen

De rechtbank veroordeelt de Kampense voor doodslag en voor haar betrokkenheid bij de brandstichting. De bedoeling van de brandstichting was het wegmaken van sporen, waaronder het lichaam van het slachtoffer. De rechtbank legt de vrouw 20 jaar gevangenisstraf op. Dit is de maximale straf die de rechtbank kan opleggen in dit geval en een lagere straf wil de rechtbank haar niet opleggen. De feiten die deze verdachte heeft gepleegd, zijn daarvoor te ernstig. De wijze waarop verdachte het slachtoffer met een bijl en een mes heeft verwond en gedood, is huiveringwekkend. De rechtbank legt geen TBS op, omdat geen stoornis bij de vrouw kan worden vastgesteld. Zij is dus volledig toerekeningsvatbaar.

De 3 andere verdachten worden veroordeeld voor hun aandeel bij de brandstichting. Voor de vriend van de hoofdverdachte komt daar nog bij een veroordeling voor het wegmaken van sporen. En voor de vriendin van de verdachte komt daar nog bij een veroordeling voor het medeplegen van een poging het slachtoffer te chanteren. De vriend en vriendin zijn beide (licht) verminderd toerekeningsvatbaar; de andere verdachte (broer van de hoofdverdachte), is volledig toerekeningsvatbaar. Deze 3 verdachten krijgen allemaal een gevangenisstraf die langer is dan de tijd die ze tot nu toe vast hebben gezeten. Ze moeten dus weer terug naar de gevangenis. De celstraffen variëren van 12 tot 24 maanden.

De hoofdverdachte heeft een levensdelict gepleegd. Door haar opstelling is onduidelijk waarom zij het leven van het slachtoffer heeft opgeofferd. Dit, en het onwaarachtige relaas van de vrouw over een alternatief scenario, moet de nabestaanden op de proef hebben gesteld.

De hoofdverdachte en de andere verdachten hebben het levensdelict toegedekt. De beslissing om brand te stichten in het chalet waar het slachtoffer al bijna een dag lag, maakt duidelijk hoe ver de verdachten bereid waren te gaan om sporen te wissen. Brandstichting is bijzonder gevaarlijk en risicovol voor de omgeving. Het brandstichtingsplan getuigt bovendien van weinig eerbied voor de stoffelijke resten van het slachtoffer van wie alle verdachten wisten dat hij door gruwelijk geweld om het leven was gebracht. Die wetenschap, en de poging om zijn lichaam aan de vlammen prijs te geven, heeft het leed van de nabestaanden vergroot.

Geen toekenning smartengeld

De nabestaanden krijgen een deel van hun schade vergoed. Het gaat om de kosten rondom de begrafenis, notariskosten, de IPhone van het slachtoffer en reiskosten voor de procedure bij de rechtbank. Er is geen juridische basis voor toekenning van smartengeld aan de nabestaanden. De inkomensschade is te ingewikkeld voor afdoening in het strafproces.

De integrale uitspraken worden zo snel mogelijk op deze site gepubliceerd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten