Oordeel over uitleveringsverzoek aan Turkije uitgesteld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Oordeel over uitleveringsverzoek aan Turkije uitgesteld
Arnhem, 19 augustus 2016

De rechtbank Gelderland heeft 19 augustus 2016 uitspraak gedaan op de vordering van de officier van justitie om een 23-jarige man uit Nijmegen aan Turkije uit te leveren.

De rechtbank heeft vandaag geen einduitspraak gedaan maar een tussenbeslissing genomen. In deze tussenbeslissing geeft de rechtbank aan dat – vanwege de huidige instabiele en onduidelijke omstandigheden in Turkije en de onzekerheden over hoe de situatie zich daar zal  ontwikkelen - op dit moment niet goed kan worden beoordeeld of uitlevering toelaatbaar is.

Pas als de toestand in Turkije is gestabiliseerd is het voor de rechtbank mogelijk een goed oordeel te vormen over de toelaatbaarheid van de uitlevering. De rechtbank heeft daarom de beslissing aangehouden voor onbepaalde tijd. De zaak wordt pas weer op zitting gepland als de officier van justitie van oordeel is dat dit kan.

Verzoek uitlevering

De man wordt verdacht van het plegen drugsmokkel naar Turkije. Turkije heeft daarom op 15 december 2015 verzocht de man aan Turkije uit te leveren zodat hij in dat land berecht kan worden. Nederland heeft een verdragsrechtelijke plicht tot uitlevering. Of een persoon daadwerkelijk wordt uitgeleverd, is echter afhankelijk van de beslissing die de Minister van Justitie hierover neemt. De Minister van Justitie mag deze beslissing pas nemen als een rechtbank heeft geoordeeld dat de uitlevering toelaatbaar is.

Toelaatbaarheid uitlevering

De rechtbank die een beslissing moet nemen over de toelaatbaarheid, beoordeelt of alle formaliteiten rondom het verzoek in orde zijn. Als dit zo is, is uitlevering doorgaans toelaatbaar. De Staat die om uitlevering wordt verzocht, moet er in beginsel op vertrouwen dat de verzoekende Staat de grondrechten van de persoon in kwestie waarborgt. Dat is slechts anders als:

  • bij uitlevering het risico aanwezig is dat de persoon in kwestie geen eerlijk proces zal krijgen, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM),
  • bij uitlevering de persoon in kwestie ook geen mogelijkheid heeft om tegen die inbreuk op zijn rechten op te komen.

Achtergrond

Sinds de poging tot het plegen van een staatsgreep is in Turkije de noodtoestand afgekondigd. Daarbij is onder meer het EVRM buiten werking gesteld en zijn vele duizenden rechters, aanklagers en advocaten op non-actief gesteld. Aangenomen mag worden dat de rechtspleging daardoor ernstige vertraging zal oplopen. Onduidelijk is hoe lang de noodtoestand zal voortduren en wat hiervan de gevolgen zullen zijn. Ernstige vertraging van de rechtspleging kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat een uitgeleverde persoon onevenredig lang in voorarrest zou kunnen verblijven. Dit is in strijd met het EVRM.

De rechtbank kan op dit moment niet beoordelen of aan Turkije uitgeleverde personen aanspraak kunnen maken op de aan hen toekomende grondrechten. En als dit niet zo zou zijn, of een uitgeleverde persoon dan kan worden bijgestaan door een onafhankelijke advocaat en kan worden berecht door een onafhankelijke rechterlijk college.

Uitspraken

Meest gelezen berichten