Arnhem|

Provincie Gelderland moet nieuw besluit nemen op handhavingsverzoek PAS-melders

Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) vroeg aan de provincie Gelderland om handhavend op te treden tegenover een groep veehouders die een zogenaamde PAS-melding hebben gedaan. De provincie heeft dit geweigerd. De rechtbank oordeelt dat dit weigeringsbesluit onvoldoende is gemotiveerd en ze draagt de provincie op om uiterlijk 1 juli 2025 een nieuw besluit op het handhavingsverzoek te nemen. 

PAS-melders zijn bedrijven en ondernemers die voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een melding deden bij de overheid, bijvoorbeeld een melding van een uitbreiding. Zij hoefden daarvoor geen vergunning aan te vragen, een melding van de berekende stikstofbelasting was voldoende. Het PAS bleek in strijd te zijn met Europees recht en is daarom in 2019 door de Afdeling BestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State vernietigd. Daardoor zijn de PAS-melders illegaal geworden en moeten zij voor hun bedrijfsuitbreiding alsnog een natuurvergunning aanvragen.

De provincie weigerde om handhavend op te treden de PAS-melders, omdat handhavend optreden volgens de provincie onevenredig is. Er is namelijk een legalisatietraject voor deze groep in gang gezet.

Nieuwe jurisprudentie

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen. deed op 28 februari 2024 uitspraken in vergelijkbare zaken, waarin staat dat slechts onder bepaalde voorwaarden van handhaving kan worden afgezien én slechts tot medio 2025. De motivering in het weigeringsbesluit voldoet niet aan deze uitspraken, omdat onvoldoende is gemotiveerd dat er een redelijk evenwicht is tussen de belangen van de PAS-melders en het natuurbelang. Het beroep van MOB is daarom gegrond. 

Onzekerheid

De provincie stelde vóór de behandeling op de zitting een nieuwe motivering op met onder meer een ecologisch onderzoek. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft beoordeeld of zij met de nieuwe motivering de zaak finaal kan beslechten door de rechtsgevolgen in stand te laten. In dat geval hoeft de zaak niet meer terug te gaan naar de provincie om een nieuw besluit te nemen en hebben partijen zekerheid over de uitkomst van deze procedure. De rechtbank heeft bij haar overwegingen betrokken dat tijdens de zittingen duidelijk is geworden wat de emotionele gevolgen zijn van de onzekerheid waarin de PAS-melders en hun gezinnen nu al vijf jaar verkeren. Zij willen dat deze handhavingsprocedure en de onzekerheid over legalisatieWettiging; verklaring van echtheid. eindelijk tot een einde komt. De rechtbank begrijpt echter ook de wens vanuit de natuurorganisaties die willen dat de stikstofdepositie op kwetsbare Natura 2000-gebieden wordt verminderd en dat de minister en de provincie ruim vijf jaar na de PAS-uitspraak maatregelen nemen om de stikstofdepositie te verminderen.

Start legalisatietraject niet aannemelijk

Volgens de rechtbank is het – kijkend naar de onduidelijkheid over de voortgang van het legalisatietraject en de mededelingen vanuit de minister – niet aannemelijk dat medio 2025 het legalisatietraject gestart zal zijn. Als de rechtbank de rechtsgevolgen in stand zou laten dan is deze procedure weliswaar beëindigd, maar dan begint na 1 juli 2025 het handhavingstraject weer opnieuw met een nieuw handhavingsverzoek. Deze uitkomst is niet alleen nadelig voor MOB, omdat de procedure dan weer van voor af aan begint, maar ook voor de veehouderij omdat zij hun voorrangspositie in het legaliseringstraject verliezen. 

Provincie moet nieuw besluit nemen

De rechtbank ziet daarom in zeven zaken af van finale geschilbeslechting en draagt de provincie op om uiterlijk op 1 juli 2025 een nieuw besluit te nemen. Op die datum zou er meer duidelijk moeten zijn over het legalisatieprogramma. In één zaak komt de handhavingsprocedure wel tot een einde omdat een aanvang is gemaakt met een nieuwe natuurvergunning.